Amerikaan (86) schiet echtgenote dood: ‘We konden haar medicijnen niet meer betalen’

Doordat hij de medicijnen van zijn echtgenote niet langer kon betalen, was een 86-jarige Amerikaan ten einde raad. Deze week schoot hij zijn vrouw door het hoofd. “Sorry dat ik jullie niet eerder heb gebeld”, zei hij toen de politie zijn huis binnenstapte. “Ik wilde eerst mijn kinderen vertellen wat er gebeurd is.”

William en Carolyn Hager waren ruim 50 jaar bij elkaar. Carolyn (78) leed de laatste 15 jaar aan verschillende aandoeningen, waaronder artritis. Hun leven was ondraaglijk geworden, vertelde William aan de politie.

Revolver uit het nachtkastje

Hij was om half acht ’s ochtends wakker geworden om te plassen en was daarna teruggelopen naar zijn slaapkamer, waar hij een revolver uit zijn nachtkastje haalde. Hij ging daarop naar de slaapkamer van Carolyn, zag dat ze nog sliep en schoot haar door het hoofd. Daarna legde hij de revolver op een kast, ging naar de keuken en dronk koffie.

De politie werd kort voor één uur ’s middags gewaarschuwd. “Ik heb slecht nieuws”, zei William tegen de agent die binnenkwam. Hij biechtte meteen op wat er was gebeurd en vertelde waar het lichaam van zijn vrouw was. De agent vond haar in bed, te midden van een stapel kussens, met een deken over haar heen.

Nooit gevraagd haar te doden

Later vertelde William dat hij een paar dagen had rondgelopen met het plan zijn echtgenote om het leven te brengen. Carolyn had hem verteld dat ze niet meer wilde leven, maar ze had hem nooit uitdrukkelijk gevraagd er een eind aan te maken.

Het stel had zich in 2011 failliet laten verklaren. Daarna had William, op hoge leeftijd, nog een baantje bij warenhuis Sears gehad. Op die manier wilde hij de geneesmiddelen voor Carolyn betalen. William Hager zit vast op verdenking van moord. Hij verschijnt binnenkort voor de rechter.

Probleem komt steeds vaker voor

De New York Times noemt de zaak een voorbeeld van de problemen waar oudere mensen steeds vaker mee te maken krijgen als ze afhankelijk zijn van een uitkering of een pensioentje en zelf hun medicatie moeten betalen. De krant verwijst naar een onderzoek waaruit blijkt dat er enorme prijskaartjes hangen aan geneesmiddelen tegen ouderdomskwalen.

Volgens correspondent Erik Mouthaan moeten de meeste Amerikanen bijbetalen voor medicijnen. “Dat kan flink oplopen. Sommige experimentele drugs worden niet vergoed. Ouderen zitten in Medicare, een ziekenfonds voor ouderen. Dat wordt door velen gezien als juist betaalbaarder dan een privéverzekering.”

De hoge kosten van medicijnen zijn een thema tijdens de verkiezingen. “Hillary Clinton belooft prijzen omlaag te krijgen”, zegt Mouthaan.

200.000 ouderen krijgen volgend jaar minder pensioen

200.000 ouders krijgen volgend jaar minder pensioen

Uit cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB) die door staatssecretaris Klijnsma naar de Tweede Kamer zijn gestuurd, blijkt dat zo’n 200.000 ouderen vanaf volgend jaar gekort worden op hun pensioen.

Dit komt omdat 27 pensioenfondsen eind maart zo diep in de problemen zaten dat ze de pensioenuitkering waarschijnlijk moeten verlagen. Het bedrag zal gemiddeld met 0,5 procent omlaag gaan. Omgerekend is dat 5,50 euro per maand.

Zwaar weer

Zo’n 1,8 miljoen mensen zijn bij deze 27 fondsen aangesloten. Toch bevinden niet alle pensioenfondsen zich in zwaar weer. ABP, Zorg en Welzijn en Metaal en Bouw hoeven op basis van deze DNB-cijfers (nog) niet te korten. De situatie kan echter nog verslechteren.

Staatssecretaris Klijnsma ziet dat overigens niet heel snel gebeuren. Zij blijft optimistisch. „Deze cijfers zijn gebaseerd op 31 maart. De dekkingsgraden zien er nu al heel anders uit. Het kan verkeren.”

‘Parkeerkosten ziekenhuizen rib uit ons lijf’

'Parkeerkosten ziekenhuizen rib uit ons lijf'

Parkeerkosten bij sommige ziekenhuizen zijn veel te hoog, vindt de SP. Een dagkaart bij OLVG en VU is nu te krijgen vanaf 30 euro.

Rib uit hun lijf

De SP roept het stadsbestuur op om met ziekenhuizen in gesprek te gaan over het verlagen van de parkeerkosten voor ziekenhuispatiënten. SP-raadslid Remine Alberts: „Veel mensen moeten met regelmaat naar het ziekenhuis voor dagbehandelingen en kunnen niet met de fiets of het ov komen. Tegelijkertijd kost parkeren in de ziekenhuisgarage voor deze bezoekers een rib uit hun lijf. Ik wil dat daar wat aan gedaan wordt.”

Duurste van het land

De Consumentenbond heeft onlangs onderzoek gedaan naar de kosten van parkeren bij ziekenhuizen. Uit dit onderzoek bleek dat het VU-ziekenhuis en het OLVG in Oost met dagkaarten van 30 euro en 36 euro (behalve op zondag) de duurste parkeerkaarten van het land hebben. Op de website van het OLVG staat: ‘de tarieven zijn conform de richtlijnen van het stadsdeel Oost. Om de parkeergarage vrij te houden voor bezoekers van het OLVG, is het tarief op sommige tijden hoger dan het straattarief.’

Onrechtvaardig

Het SP-raadslid vindt de hoge kosten niet kloppen. „Ik vind het onrechtvaardig dat als je vaak naar het ziekenhuis moet voor bijvoorbeeld nierdialyse of een bestralingstherapie, je ook nog eens diep in de buidel moet tasten voor de hoge parkeerkosten.” Officieel gaat het stadsbestuur hier niet over, „maar dit gaat de Amsterdammers wel aan. Ik hoop dat het stadsbestuur daarom met het OLVG en het VU-ziekenhuis in gesprek wil gaan, en dat we wat kunnen betekenen voor de mensen die nu extra kosten moeten maken omdat ze ziek zijn.”

Bom onder gratis ov voor ouderen in regio Rotterdam

Het gratis ov voor ouderen in de Rotterdamse regio loopt serieus gevaar. De Belastingdienst vindt, dat de gemeenten btw over de verleende diensten moeten betalen. ,,Dat is onbetaalbaar.”

In Rotterdam, Capelle aan den IJssel, Schiedam en Barendrecht maken zo’n 70.000 ouderen gratis gebruik van het openbaar vervoer. Dat is mogelijk door een collectief contract dat de gemeenten met de RET hebben afgesloten. De Belastingdienst vindt dat de deelnemende gemeenten in het vervolg btw moeten betalen over de verleende diensten. Dit gaat de gemeenten miljoenen euro’s extra kosten.

De Belastingdienst heeft haar pijlen in eerste instantie op Capelle aan den IJssel gericht. De reden is onduidelijk. Vroeger waren gemeenten vrijgesteld van de betaling van deze belasting. Tegenwoordig zijn ze wel btw-plichtig.

Er bestaat een compensatieregeling, maar die is volgens de fiscus niet bedoeld voor een dienst als het gratis openbaar vervoer. Onlangs keurde de fiscus om die reden een door Capelle ingediende aftrekpost af. De buurgemeente van Rotterdam is daarmee de eerste die met de nieuwe ‘harde lijn’ van de Belastingdienst is geconfronteerd.

De consequenties zijn enorm, zegt de Capelse VVD-fractievoorzitter Nico van Veen. ,,Het college meldt dat dit tot een naheffing van 750.000 euro kan leiden. De gemeente betaalt nu jaarlijks 550.000 euro aan de RET voor het gratis vervoer van 8500 oudere Capellenaren. Als we belasting moeten gaan betalen, komt daar jaarlijks een paar ton bovenop. Dat zou het einde van de regeling betekenen. Dat kan Capelle aan den IJssel niet betalen.”

Naheffing
Rotterdam, waar tienduizenden ouderen een gratis ov-kaart hebben, moet vrezen voor een naheffing die in de miljoenen euro’s loopt. De gemeente is tot dusver echter nog niet geconfronteerd met de hardere opstelling van de fiscus, meldt een woordvoerder van de gemeente Rotterdam. ,,Wij maken ons nog geen zorgen.”

Bestuurslid Elly Smits van de Rotterdamse Ouderenbond vindt de ontwikkeling heel zorgelijk. ,,Leefbaar Rotterdam en de PvdA hebben zich in Rotterdam hard gemaakt voor deze regeling. Ik vrees echter dat deze stopt als de kosten door de btw de pan uit rijzen. Dat zou een ramp zijn. Veel ouderen hebben slechts AOW, soms aangevuld met een klein pensioentje. Voor hen dreigt het isolement. Zij hebben echt het geld niet om op eigen kosten op reis te gaan.”

Zover is het nog niet, zegt VVD’er Van Veen. ,,Capelle tekent bij de rechtbank bezwaar aan. Het vonnis zal in het hele land met belangstelling worden bekeken.” De Belastingdienst geeft later deze week een toelichting op de btw-regeling.

Klijnsma opent nieuwe website: Routewijzer naar werk

 

160518-Klijnsma

Wie psychisch kwetsbaar is en ondersteuning zoekt om werk te vinden of te houden, kan nu terecht op www.routewijzernaarwerk.nl . De site helpt mensen met informatie om zich zo te kunnen oriënteren op werk of verder willen ontwikkelen in hun werk. Met deze informatie kunnen zij zich voorbereiden op de gesprekken daarover met de klantmanager van gemeente, UWV of de werkgever. De website is een gezamenlijk project van de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en het Landelijk Platform GGz (LPGGz). Staatssecretaris Jetta Klijnsma heeft de website vandaag officieel geopend.

Informatie

Op de Routewijzer is veel verschillende informatie te vinden over de vragen die vanuit gemeente of UWV kunnen komen. Daarnaast biedt de site een overzicht met diverse instrumenten op het gebied van re-integratie. Bijvoorbeeld over ontwikkelassessments die meten hoe iemand zich kan ontwikkelen op zijn werkplek. Dit steeds in relatie tot de ondersteuning die bij werk vinden of werkhervatting mogelijk is. Naast informatie over instrumenten is er ook meer te lezen over wettelijke regelingen die mensen kunnen helpen aan het werk te komen. Voor iedereen zijn er goede tips te vinden.

Cliëntenraden: vestig aandacht op site

De LCR adviseert cliëntenraden het gebruik van www.routewijzernaarwerk.nl te bevorderen. Dit kan onder meer door de gemeente en UWV te vragen voorlichting te geven aan cliënten over het bestaan van deze website.

Bevoegdheden met betrekking tot Werk en Inkomen

De gemeente Amstelveen heeft een aantal bevoegdheden doorgevoerd gerelateerd aan de Participatiewet ingaande 1 januari 2015. Deze bevoegdheden hebben betrekking op:

1.Werk en Bijstand
2.Terugvordering, Invordering en verhaal
3. IOAW/IOAZ (Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers   en Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen)
4. Besluit bijstandsverlening zelfstandigen
5. Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

Klik  hier voor het document

Levensduur van digitale producten

Volgens de wet heb je recht op een deugdelijk product gedurende de levensduur die je redelijkerwijs mag verwachten. Maar hoe lang is dat? We zochten het uit.

3 of 5 jaar

De Consumentenbond vroeg 6800 consumenten hoe lang hun digitale producten al meegaan en wanneer en waarom ze het vorige product vervangen hebben. Het blijkt dat je best wat mag verwachten van digitale apparaten: printers, laptop ‘s, digitale camera’s en navigatiesystemen worden gemiddeld na 5 jaar vervangen. Bij printers en laptops heeft dat meestal een technische reden: een printer wordt meestal vervangen omdat hij stuk is, een laptop meestal omdat hij traag is geworden.

Ook navigatiesystemen en digitale camera’s worden gemiddeld na 5 jaar vervangen, maar veel minder vaak omdat ze niet meer goed functioneren. De panelleden verruilden hun navigatiesysteem meestal voor een nieuwe omdat ze andere of nieuwere kaarten wilden. Camera’s werden meestal vervangen omdat ze technisch verouderd waren.

E-readers en tablets worden door consumenten gemiddeld na 3 jaar vervangen. Dit zijn producten die relatief kort bestaan: e-readers zijn nu zo’n 10 jaar te koop en de eerste tablet kwam in 2010 op de markt. De levensduur van 3 jaar is gebaseerd op deze eerste e-readers en tablets. De techniek lijkt sindsdien verbeterd: 30% van de panelleden heeft nu een tablet die langer dan 3 jaar mee gaat en 40% een e-reader die ouder is dan 3 jaar.

Reden voor vervanging digitaal product

Smartphones vaak niet vervangen vanwege defect

Smartphones worden door de panelleden het snelst vervangen: gemiddeld na 2,5 jaar. Meestal is de smartphone dan helemaal niet kapot, maar wordt hij om een andere reden vervangen. Het vaakst omdat het abonnement is afgelopen en men een nieuwe mocht uitzoeken. Maar veel consumenten kiezen ook voor een nieuw toestel vanwege de laatste technische snufjes. De technische levensduur van een smartphone is waarschijnlijk langer dan 2,5 jaar. Houd er bij smartphones (zeker bij Android-toestellen) wel rekening mee dat het besturingssysteem vaak niet lang geüpdatet wordt.

Levensduurlijst

 Digitale camera  5 jaar
 E-reader  3 jaar
 Laptop  5 jaar
 Navigatiesysteem  5 jaar
 Printer  5 jaar
 Smartphone  2,5 jaar
 Tablet  3 jaar

De gemiddelde gebruiksduur in de praktijk is gebaseerd op de ervaringen van alle panelleden in de enquête: zowel degenen die hun product hebben vervangen vanwege een defect, als degenen die dit hebben gedaan vanwege een andere reden.

Gebruiksduur

Prijs vrijwel geen invloed

We vonden geen relatie tussen de prijs van een digitaal product en het aantal jaren waarna het vervangen wordt. Een goedkoper product gaat ongeveer net zo lang mee als een duurder product. Alleen bij tablets en e-readers vonden we een zwak verband. Tablets onder de €300 worden gemiddeld na 2 jaar vervangen, die boven de €300 na 3 jaar. Maar de techniek heeft zich ontwikkeld en je mag inmiddels ook van tablets goedkoper dan €300 verwachten dat ze 3 jaar meegaan.

Garantie: je recht krijgen

Hoe lang heb je bij een defect product recht op reparatie of vervanging? De wet laat ruimte voor interpretatie: een product moet voldoen aan wat de consument redelijkerwijs mag verwachten. Het is dus vaak punt van discussie tussen consument en winkelier. De verwachte gebruiksduur is niet de enige maatstaf, want ook de aard van het product en de beloften van de verkoper spelen een rol. Maar onze lijst is een mooi uitgangspunt.

Je hebt gedurende de hele levensduur recht op kosteloze vervanging of reparatie. Na 6 maanden moet je wel bewijzen dat het defect aan het product niet door normale slijtage is ontstaan en dat je het apparaat normaal gebruikt hebt. Hoe langer je een product gebruikt hebt, hoe moeilijker het zal zijn om dit te bewijzen. Om discussie te voorkomen, kun je besluiten een deel van de reparatiekosten te betalen.

Aantal kinderen met risico op armoede neemt toe

31.100 kinderen groeien in Amsterdam op in een arm gezin
31.100 kinderen groeien in Amsterdam op in een arm gezin

Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag. In totaal gaat het om 31.100 kinderen die in Amsterdam opgroeien in een arm gezin. De regionale cijfers komen uit 2013.

De provincie met het hoogste aandeel was Zuid-Holland, met een op zeven. Dat komt grotendeels door Rotterdam, waar een op de vier kinderen opgroeit in een gezin met een laag inkomen. Utrecht is de provincie met de laagste score. Daar loopt iets minder dan een op de tien kinderen risico op armoede.

Armoede

Bij een inkomen beneden de lage-inkomensgrens spreekt het statistiekbureau van risico op armoede. Waar die inkomensgrens ligt, hangt af van de gezinssituatie. Voor een paar met twee kinderen lag de lage-inkomensgrens in 2014 op 1.920 euro per maand.

Totaal groeiden in 2014 421.000 minderjarige kinderen op in een huishouden met een laag inkomen. Dat komt neer op 12 procent. Voor 131.000 kinderen gold dat ze al vier jaar of langer in die situatie leefden.

Activiteiten
Kinderen uit gezinnen met een laag inkomen kunnen minder vaak meedoen aan activiteiten. Dan gaat het bijvoorbeeld om meegaan op een schoolreisje, of het beoefenen van een sport of andere hobby (muziekles). Voor meer dan de helft van de kinderen in huishoudens met een laag inkomen is er te weinig geld om regelmatig nieuwe kleren te kopen of om één keer per jaar een week op vakantie te gaan.

Het aantal kinderen met risico op armoede was in 2014 even groot als tien jaar geleden. Tussen 2005 en 2010 was sprake van een daling. Daarna steeg het weer.

Van de niet-westerse minderjarige kinderen in Nederland groeide in 2014 een derde op in een gezin met een laag inkomen. Dat is vier keer zo hoog als onder autochtone kinderen.

‘Inkomensgrens sociale huurwoningen vergroot segregatie tussen arm en rijk’

'Inkomensgrens sociale huurwoningen vergroot segregatie tussen arm en rijk' 

Bewoners van sociale huurwoningen hebben gemiddeld een lager inkomen dan vijf jaar geleden, door de toen ingestelde inkomensgrens van 34 duizend euro per jaar om zo’n woning te kunnen betrekken. Deze regel vergroot de segregatie tussen arm en rijk in steden, zegt hoogleraar sociale geografie Sako Musterd van de Universiteit van Amsterdam.

Sinds 2011 mogen corporaties slecht een klein deel van hun sociale huurwoningen toewijzen aan bewoners met een inkomen boven de 34 duizend euro; een regel die het kabinet instelde vanwege Europese richtlijnen. Mede daardoor is nu al in flats met veel doorstroming het aantal mensen met problemen toegenomen, zegt de Utrechtse wethouder Paulus Jansen (SP). ‘Vroeger konden corporaties dergelijke flatwoningen woningen ook toewijzen aan gezinnen die anderhalf keer modaal verdienden, nu niet meer.’

Woningcorporatiekoepel Aedes erkent dat het aandeel ‘armere’ bewoners in buurten met veel sociale woningbouw toeneemt, al gaat deze ontwikkeling volgens de koepel niet zo snel, omdat er relatief weinig wordt verhuisd. Meer bewoners met een laag inkomen samen in een flat leidt volgens de woordvoerder bovendien niet automatisch tot meer problemen. Volgens de Utrechtse corporatie Mitros kan de sfeer in een flat met sociale woningbouw verschillen van portiek tot portiek, en is een probleemportiek vaak het gevolg van een toevallig slecht uitgevallen bewonerssamenstelling met te veel problemen en te weinig ‘sterke’ bewoners die het tij kunnen keren.

Wel zien de corporaties een grote toename van het aantal ‘verwarde’ bewoners in sociale huurwoningen. Door bezuinigingen in de zorg wonen mensen met psychische problemen vaker zelfstandig in plaats van in een instelling, aldus een woordvoerder. Uit een recente enquête van Aedes blijkt dat corporaties vorig jaar zo’n 18 duizend meldingen kregen van overlast van ‘verwarde’ personen, zoals geluidsoverlast of nachtelijke overlast door paniekaanvallen of psychoses. ‘Wij zien dat de overheveling van zorgtaken naar de gemeenten de segregatie versterkt’, aldus een woordvoerder.

Bij de aanpak van problemen in wijken is een belangrijke rol weggelegd voor corporaties en gemeenten, zegt een woordvoerder namens minister Blok van Volkshuisvesting. Met prestatieafspraken over bijvoorbeeld koop en verkoop van woningen kunnen gemeenten de samenstelling binnen een wijk  beïnvloeden. Volgens het ministerie zijn er nog geen onderzoeken beschikbaar of de nieuwe huurgrens effect heeft op de samenstelling van wijken.

Uit een recent rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat in de grote steden als Amsterdam, Groningen en Utrecht bijstandsgerechtigden de afgelopen vijftien jaar steeds meer geconcentreerd wonen in bepaalde (achterstands)wijken en minder verspreid over de stad, met uitzondering van Rotterdam. Dit heeft met name te maken met de plekken waar sociale huurwoningen beschikbaar zijn. Toch nam in Utrecht en Amsterdam de segregatie af, volgens het Planbureau, omdat zich meer goedverdienende hoogopgeleiden vestigden in buurten die eerst als slecht bekend stonden.

Volgens hoogleraar Sako Musterd, die al langer waarschuwt voor een toenemende segregatie in de steden, staat ongelijkheid weer in de belangstelling door de ongelijke kansen in het onderwijs tussen arm en rijk. ‘Nu liggen in onze steden arme en rijke wijken vaak nog dicht bij elkaar. Rijk en arm komt elkaar nog tegen op straat, in de scholen en in de winkels en dat is prima. Maar als de armoede meer geconcentreerd wordt, dreigt er vervreemding. Een deel van de bewoners kan zich in de steek gelaten voelen. Dan schiet zo’n inkomensgrens voor huurwoningen zijn doel voorbij.’