Meewerken aan huisbezoek

Verplichtingen in de bijstand: meewerken aan huisbezoek

U bent in een aantal gevallen verplicht om uw medewerking te verlenen aan de gemeente.

  • verplichte medewerking aan voorzieningen die de gemeente u aanbiedt om er voor te zorgen dat u zo snel mogelijk weer aan het werk gaat. Denk bijvoorbeeld aan een beroepskeuze test.
  • verplichte medewerking aan een huisbezoek om te controleren of u (nog) recht heeft op bijstand.

Het huisbezoek

Het huisbezoek is het meest vergaande controlemiddel van de gemeente. Het is een grote inbreuk op uw privacy. Dat betekent dat de gemeente pas tot een huisbezoek mag overgaan als bepaalde informatie niet op andere wijze kan worden verkregen.

Huisbezoeken kunnen zowel aangekondigd als onaangekondigd plaatsvinden.

Aangekondigd huisbezoek

Bij een aangekondigd huisbezoek wordt er met u een afspraak gemaakt dat men op een bepaald moment bij u thuis komt. Redenen voor een aangekondigd huisbezoek kunnen zijn:

  • U kunt door een handicap of beperkingen niet bij de gemeente verschijnen
  • De gemeente wil beoordelen of u in aanmerking komt voor bepaalde voorzieningen. U hebt bijzondere bijstand aangevraagd voor een nieuwe wasmachine. De gemeente kan in zo’n geval komen kijken of de aanschaf noodzakelijk is.

Onaangekondigd huisbezoek

Bij een onaangekondigd huisbezoek zijn er twee mogelijkheden:

  1. Eén of meer medewerkers van de gemeente staan onverwacht voor uw deur en vragen toestemming voor het verrichten van een huisbezoek.
  2. U komt voor een gesprek bij de gemeente. Tijdens het gesprek kondigt men een huisbezoek aan dat later op die dag zal plaatsvinden. In feite is dit een aangekondigd huisbezoek, maar in de praktijk heeft dit hetzelfde effect als een onaangekondigd huisbezoek.

De belangrijkste redenen voor de gemeente om een onaangekondigd huisbezoek uit te voeren zijn:

  • Om te controleren of u wel woont op het door u opgegeven adres
  • Om te controleren of u mogelijk samenwoont (een gezamenlijke huishouding voert)
  • Om te controleren of u mogelijk (zwart) werkt
  • U stelt een kamer te huren maar u kunt geen of slechts een gebrekkig huurcontract laten zien

Inbreuk op uw privacy door huisbezoek

U hoeft alleen aan een onaangekondigd huisbezoek mee te werken als dit ook echt nodig is. Als de gemeente uw bankafschriften wil zien, hoeft hiervoor natuurlijk geen huisbezoek te worden afgelegd.

Voor een huisbezoek moet een goede reden zijn, anders is er sprake van een niet gerechtvaardigde inbreuk van uw recht op privacy.

Een paar voorbeelden waarvan later is vastgesteld dat hier onvoldoende reden was voor een huisbezoek:

  • een anonieme tip
  • een uitkeringsgerechtigde zou een paar maanden in de gevangenis hebben gezeten
  • vertrek van een medebewoner, met twee achterblijvende bewoners. De gemeente vermoedde hier samenwoning van de achtergebleven bewoners.

Toestemming bij huisbezoek noodzakelijk

Een huisbezoek mag niet plaatsvinden tegen uw wil. U moet dus toestemming geven. Vindt er tegen uw wil een huisbezoek plaats dan is er sprake van de schending van het huisrecht. Het binnentreden van uw woning tegen uw wil is alleen in bepaalde gevallen en onder bepaalde voorwaarden mogelijk in het kader van strafrechtelijke onderzoeken.

Informed consent

Er is geen sprake van een inbreuk op uw huisrecht wanneer u daarvoor vrijwillig toestemming heeft verleend. Bovendien moet uw toestemming gebaseerd zijn op volledige en juiste informatie. Dit noemt men ook wel ‘informed consent’.

Een voorbeeld.

U ontvangt een bijstandsuitkering. Op een dag staan er twee mannen voor uw deur die zeggen namens de gemeente een huisbezoek af te komen leggen. U bent nogal overrompeld en u laat de mannen binnen zonder dat u eigenlijk weet wat zij precies komen doen. Ook hebben de mannen geen legitimatiebewijs laten zien.

In deze situatie heeft u de betreffende personen weliswaar vrijwillig in uw huis toegelaten, maar is er van ‘informed consent’ geen sprake. Het gevolg hiervan is dat hetgeen tijdens het huisbezoek is aangetroffen niet mag meetellen als bewijs en dus niet tegen u kan worden gebruikt.

Ambtenaren van de gemeente die een huisbezoek uitvoeren hebben zich te houden aan de volgende verplichtingen:

  • Zij moeten zich voorafgaand aan het huisbezoek legitimeren, vóórdat zij uw woning betreden (ambtenaren hebben daarvoor speciale legitimatiebewijzen van de gemeente).
  • Zij moeten u meedelen wat het doel is van het huisbezoek.
  • Zij moet u om toestemming vragen voordat zij uw woning betreden.
  • Zij moeten u meedelen wat de gevolgen zijn voor uw uitkering, als u besluit niet mee te werken aan het huisbezoek.
  • Zij moeten na afloop een rapport opmaken waaruit blijkt wat de redenen waren voor het huisbezoek en waaruit blijkt dat de ambtenaren zich aan de regels hebben gehouden.

Gevolgen van het weigeren van een huisbezoek

Hoewel u op grond van uw huisrecht een huisbezoek kunt weigeren, kan dit uiteraard gevolgen hebben voor uw bijstandsuitkering. Als niet kan worden vastgesteld of u recht heeft op een bijstandsuitkering, zal de gemeente uw uitkering direct beëindigen. Soms wordt de uitkering zelfs met terugwerkende kracht ingetrokken.

Alleen als er een zeer dringende reden is waardoor u op dat moment niet kunt meewerken aan het huisbezoek, zullen er geen gevolgen zijn voor uw uitkering. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat u, net op het moment dat de gemeenteambtenaar voor uw deur staat, naar het ziekenhuis moet voor een operatie. U begrijpt dat een dergelijke reden zich niet vaak zal voordoen.

De volgende omstandigheden zijn in elk geval geen dringende reden om niet mee te werken aan een huisbezoek:

  • Het is een puinhoop in uw huis
  • U heeft bezoek
  • U moet eerst toestemming hebben van medebewoners of uw huisbaas
  • U heeft een afspraak waar u per se naar toe moet

Als er al sprake is van een geldige reden, dan zal het huisbezoek op een later tijdstip alsnog plaatsvinden.

Onrechtmatig verkregen bewijs

De gemeente heeft de vergaarde informatie tijdens een huisbezoek onrechtmatig verkregen als er onvoldoende redenen waren voor een huisbezoek en dit toch heeft plaatsgevonden. De gemeente moet bewijzen of u daadwerkelijk heeft ingestemd met een huisbezoek als u dit betwist.

Het gevolg van dergelijk onrechtmatig verkregen bewijs is dat dit niet gebruikt mag worden ter beoordeling van uw recht op een uitkering. Daarnaast kunt u overwegen een klacht in te dienen tegen de sociaal rechercheurs. U komt mogelijk in aanmerking voor een (beperkte) schadevergoeding. Een bedrag van 200 euro per onrechtmatig huisbezoek wordt in het algemeen beschouwd als een passende schadevergoeding.

Een voorbeeld.

U ontvangt een bijstandsuitkering. De sociaal rechercheurs Peter en Marjan bellen bij u aan. Zij legitimeren zich als bijzondere opsporingsambtenaren. Zij vertellen u dat zij zich afvragen of u wel op het adres woont. De reden daarvoor is dat u de laatste tijd heel vaak bent verhuisd en dat u bij observatie van de woning nauwelijks bent gezien. Ook de buren zeggen u niet te kennen. Daarom willen zij nu uw woning bekijken.

Daarna moeten Peter en Marjan uitleggen wat er gebeurd als u niet meewerkt aan het huisbezoek. Dit zal in dit geval tot gevolg hebben dat de uitkering wordt geweigerd, omdat vanwege twijfels over uw woonsituatie het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Als er alleen maar een anonieme tip is binnengekomen dat u niet op dit adres woont, dan moeten zij u uitleggen dat het niet meewerken geen gevolgen heeft voor uw uitkering.

Stel dat Peter en Marjan in dat geval toch uw woning betreden of u niet vertellen dat niet meewerken aan het huisbezoek geen gevolgen heeft voor uw uitkering, is het bewijs dat met het huisbezoek is verkregen onrechtmatig en mag het niet gebruikt worden. Het gevolg is dat de gemeente niet kan bewijzen dat u geen recht op uitkering hebt.

Inlichtingenplicht

Verplichtingen in de bijstand: de inlichtingenplicht

De inlichtingenplicht houdt in dat u de gemeente moet informeren over alles wat van belang kan zijn voor het recht op een uitkering. Daarmee is de inlichtingenplicht één van de belangrijkste plichten.

De inlichtingenplicht ontstaat zodra u een bijstandsuitkering aanvraagt. U moet dan zowel het UWV Werkbedrijf als  de gemeente informatie vertrekken. Dit betekent dat u wellicht ook informatie moet geven die betrekking heeft op de periode voordat u een uitkering aanvroeg.

Een voorbeeld:

Sven vraagt een bijstandsuitkering aan. Hij moet zijn bankafschriften tonen van de laatste drie maanden voorafgaande aan de aanvraag. Daaruit blijkt dat Sven een paar keer geld op zijn rekening heeft gestort. Sven kan hiervoor geen goede verklaring geven.

Het zou geld zijn dat hij van vrienden heeft geleend. Wie deze vrienden zijn en bewijzen van de leningen heeft Sven niet. De bijstandsuitkering wordt geweigerd omdat Sven geen duidelijkheid kan geven over de stortingen. Zo kan de gemeente niet nagaan of Sven wellicht zwart werkt of andere illegale inkomsten heeft.

Voorlichting over inlichtingenplicht

De gemeente moet u voorlichting geven over wat de inlichtingenplicht inhoudt. U moet weten welke informatie relevant is. De meeste gemeenten hebben tegenwoordig websites waarop deze informatie is terug te vinden. Daarnaast zijn er folders en formulieren waarin uitgelegd wordt welke informatie u dient te verstrekken.

Welke informatie moet ik doorgeven?

Een aantal voorbeelden van informatie die u verplicht bent om door te geven:

  • Alles wat met werk te maken heeft. Of u inkomsten uit deze werkzaamheden heeft of niet doet er niet toe. Als u bijvoorbeeld vrijwilligerswerk doet kan dat voor de gemeente van belang zijn voor uw re-integratie. Het kan uw re-integratie bevorderen, maar ook belemmeren.
  • Alles wat met inkomen te maken heeft; niet alleen loon of winst, maar ook erfenissen, giften, uitkeringen van verzekeringen, inkomsten uit huur of kostgangerschap.
  • Alle veranderingen in uw gezins- of thuissituatie. Geboorten, overlijden, echtscheiding, samenwoning, kinderen die het gezin verlaten of juist bij u komen wonen, derden die bij u komen wonen, al dan niet als partner, huurder of kostganger.
  • Alle veranderingen met betrekking tot uw verblijfplaats. U ontvangt een uitkering van de gemeente. Als u in een andere gemeente gaat wonen, moet deze de bijstand betalen. U kunt geen bijstand in het buitenland ontvangen. Als u een weekend bij uw zuster gaat logeren die in een andere plaats woont, moet u dat eigenlijk melden.
  • Alles wat met uw eigendommen te maken heeft, zoals huizen, boten, caravans, antiek, kunst of andere waardevolle bezittingen.

Ook als u denkt dat bepaalde informatie voor de gemeente niet van belang is, kan het toch verstandig zijn om hiervan melding te doen. Vraag de gemeente desnoods om een schriftelijke bevestiging dat de informatie die u hebt doorgegeven geen gevolgen heeft voor uw uitkering. De gemeente is verplicht om u te informeren. Doet de gemeente dat niet, dan kunt u een klacht indienen. U hebt recht om te weten waar u aan toe bent.

Inlichtingenplicht bij echtparen of samenwonenden

Als u gehuwd bent of samenwoont dan geldt de inlichtingenplicht voor u beiden en voor ieder afzonderlijk. Komt een van u deze plicht niet na en kan daardoor niet langer worden vastgesteld of er nog recht op bijstand bestaat, dan eindigt de uitkering voor u beiden.

Een voorbeeld.

Mart en Thijs wonen samen. Mart informeert de gemeente niet dat hij werkt. Als Mart wordt betrapt moet de bijstand over zes maanden volledig worden terugbetaald. Ook Thijs is hiervoor verantwoordelijk. Thijs besluit Mart te verlaten. Mart en Thijs zijn dan beiden verantwoordelijk voor de hele schuld. Kan Mart bijvoorbeeld niets terugbetalen, dan wordt de verstrekte bijstand op Thijs verhaald.

Grenzen aan de inlichtingenplicht

De inlichtingenplicht gaat ver, maar er zijn grenzen.

U bent verplicht om op verzoek uw bankafschriften te overleggen. U mag uw uitgaven dan blanco maken. Daar heeft de gemeente niets mee te maken. U bepaalt zelf waar u uw geld aan uitgeeft. Dat wordt echter anders als uit het saldo van uw rekening blijkt dat u wel heel veel geld uitgeeft voor iemand met een minimuminkomen. In dat geval moet u ook laten zien waar u uw geld aan uitgeeft. Doet u dat niet, dan kan het recht op bijstand niet worden vastgesteld en bent u uw uitkering kwijt.

U hoeft niet te vertellen wie uw behandelende arts is, maar als u de gemeente meedeelt dat u medische klachten heeft, dan kan de gemeente wel naar deze informatie vragen.

Geen zwijgrecht

U heeft geen zwijgrecht. U mag niet afwachten tot de gemeente zelf om bepaalde informatie vraagt. Er wordt van u verwacht dat u zelf aan uw inlichtingenplicht voldoet. Als u informatie die voor uw uitkering van belang is niet meldt, dan wordt uw uitkering stopgezet of wordt de reeds betaalde uitkering teruggevorderd.

Hoe snel moeten wijzigingen worden doorgegeven?

U moet wijzigingen over uw situatie doorgeven zodra de wijziging zich voordoet. Elke gemeente heeft daarvoor eigen regels. In veel gevallen is de termijn om wijzigingen door te geven één week. De reden hiervoor is dat de gemeente snel op de hoogte wil zijn van een wijziging die mogelijk van invloed is op uw uitkering.

Als u werk vindt, moet u dit snel doorgeven.

Ontbrekende bewijsstukken

De gemeente kan u vragen bepaalde bewijsstukken te overleggen. Denk bijvoorbeeld aan bankafschriften. Als u deze niet meer heeft, moet u zorgen voor vervangende bewijsstukken. Dit kan lastig zijn in sommige gevallen. Als u niet in staat bent de juiste bewijsstukken te overleggen, loopt u het risico dat u geen recht (meer) heeft op een bijstandsuitkering.

Een voorbeeld.

Een voormalig prostituee vraagt een bijstandsuitkering aan. Vanwege het ontbreken van een deugdelijke administratie kan zij onvoldoende inlichtingen geven over haar inkomens- en arbeidsverleden. De gemeente weigert haar om die reden een bijstandsuitkering.

Er zijn situaties denkbaar dat u niets te verwijten valt. Denk aan brand- of waterschade. In die situatie zal de gemeente zich in het algemeen soepel(er) opstellen.

COLUMN KLACHTENKOMPAS

imgres

Als spreekuurhouder van de Cliëntenraad ontvang ik veel mensen die verschillende vragen op sociaal en juridisch gebied hebben en mij om hulp en advies vragen. 

Soms is de vraag of wij namens de Cliëntenraad willen meegaan naar de gemeente om hen tijdens een gesprek met een klantmanager te ondersteunen. Vaak wordt ook ons hulpingeroepen om formulieren in te vullen.

Ook afgelopen week zijn een van mijn collega’s en ik  bezig geweest om de bekende formulieren Kwijtschelding Waternet in te vullen. Nadat ik het formulier had ingevuld bleek er nog een vraag te zijn. Het ging om een brief van een deurwaarder. En wel met de naam Invoned.

Invoned positioneert zichzelf als een innovatieve invorderingsorganisatie voor lokale overheden. Met andere woorden, de deurwaarder van de gemeente.

Nu bleek mijn klant niet zo goed de Nederlandse taal te beheersen en ik las in de brief dat de deurwaarder van Invoned twee weken eerder al een huisbezoek had afgelegd bij het gezin om de inboedel op te schrijven. Gelukkig voor het gezin is gebleken dat zij niet thuis waren op de datum die in de brief stond vermeld. De invordering bleek te gaan om een betalingsachterstand van de gemeentebelasting. Dit vertelde de man van het callcenter van Infoned die mijn vragen namens meneer wel wilde beantwoorden om een betalingsregeling te treffen.

Op mijn vraag of zij ook een babykamer in beslag konden nemen was het antwoord gelukkig ‘nee’. Vervolgens toen ik vroeg hoe het toch kon dat het gezin helemaal niets wist van deze schuld omdat zij al een aantal jaren een schuldhulpverlener hebben die leefgeld overmaakt informeerde de Infoned medewerker:” Die mensen gooien de schulden over de schutting en denken dat ze er van af zijn, maar zo werkt het niet”. Deze opmerking kwam hard binnen en met name de toon die meneer gebruikte.

Ik vroeg Infoned onmiddellijk een brief te sturen aan de PMA Cliëntenraad dat ik melding deed van het feit dat het gezin een traject loopt bij de afdeling schuldhulpverlening van de gemeente Amstelveen (Balans). De vordering was namelijk namens de gemeente Amstelveen, afdeling gemeentebelastingen. De afdeling Balans en de afdeling Gemeentebelastingen hadden de brief en het huisbezoek kunnen voorkomen. Gelukkig heeft afdeling Balans van de gemeente de kwestie snel opgepakt nadat ik hen had gebeld. En de baby? Als u dit leest is de baby geboren: Het is een jongetje.

Klachtenkompas.nl is een initiatief van de Consumentbond waar je klachten kan indienen. Bijzonder aan de site is dat je kan zien wie er nog meer klachten heeft ingediend tegen een instantie of organisatie. Ook de inhoud van de klachten kan je lezen. Altijd een prettig idee te weten dat je niet de enige bent.

Wil Groeneweg-Roode
Spreekuurhouder PMA Cliëntenraad

LANGDURIGE ARMOEDE HARDNEKKIG IN NEDERLAND

images

Treurig beeld: langdurige armoede in Nederland hardnekkig


Stijging waarneembaar na economische crisis

Het aantal Nederlanders dat in langdurige armoede verkeert, is door de economische crisis snel gestegen. Dit blijkt uit een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) naar hardnekkige armoede in Nederland.

Nederland telde in 2013 1,25 miljoen armen. Daarvan leefde bijna de helft (595 duizend mensen) minstens drie jaar onder de armoedegrens, het criterium voor langdurige armoede. Dat is bijna 4 procent van de Nederlandse bevolking. Voor de crisis (2007) waren er 850 duizend armen en lag het aantal langdurig armen op nog geen 500 duizend.

Het SCP verwacht niet dat het aantal armen ooit weer naar dat pre-crisisniveau zal dalen, ook niet als de economie verder aantrekt. ‘De reden daarvoor is dat steeds meer mensen een flexibel contract hebben of zzp’er zijn’, zegt onderzoekster Stella Hoff. Opvallend is dat bijna de helft van de armen (285 duizend) wel betaald werk heeft, maar dat het inkomen dat ze daarmee verdienen niet voldoende is om rond te komen. Langdurig armen moeten het vaak doen met slechte huisvesting en hebben geen geld voor cadeautjes en goede tandheelkundige zorg. En soms is er ook onvoldoende te eten.

Sportclub

Het SCP beschouwt personen als arm als zij een inkomen hebben dat te laag is om kleding, voedsel en huisvesting van te betalen, plus sporadische sociale uitgaven, zoals het lidmaatschap van een sportclub. In 2013 lag dat bedrag op 1.061 euro netto per maand voor alleenstaanden en 1.990 euro voor een gezin met twee kinderen. Het SCP noemt dit het ‘niet-veel-maar-toereikend criterium’. Wie minimaal een jaar onder die inkomensgrens leeft, wordt door het SCP tot de armen gerekend.

Opvallend is de toename van de armoede in de laatste 25 jaar. Rond 1990 waren er betrekkelijk weinig mensen arm. Dat aandeel steeg in de periode 1991-1993, waarna opnieuw een daling volgde. Begin deze eeuw begon het aantal armen in Nederland weer te stijgen. ‘Sinds 2008 is de armoede vrijwel onafgebroken toegenomen’, zegt Hoff.

Het SCP meent dat de armoede in het verleden dikwijls werd onderschat, hetgeen veel te maken had met de definitie van armoede. De internationale definitie van armoede is een huishoudinkomen dat hoogstens 60 procent is van het inkomen van een doorsneegezin. Maar die definitie gaat er ten onrechte vanuit dat gezinnen die net iets meer verdienen genoeg geld hebben om de primaire levensbehoeften van te betalen. Ook de statistische methoden die het SCP en het CBS in het verleden gebruikten om armoede te meten, onderschatten het werkelijke probleem, stelt het SCP nu.

Het SCP concludeert dat het erg belangrijk is om huishoudens die in armoede vervallen, zo snel mogelijk hulp te bieden. Hoe langer de armoede duurt, hoe moeilijker het namelijk wordt om aan die val te ontsnappen. Van degenen die afglijden in de armoede lukt het 60 procent om daar binnen een jaar weer uit te komen. In het tweede armoedejaar lukt het nog maar 20 procent om uit die nare toestand te geraken. Vanaf drie jaar wordt armoede bijna structureel.

Terugval

Het beeld wordt nog treuriger als ook de andere kant in aanmerking wordt genomen: het aantal mensen dat zich aan de armoede weet te ontworstelen, maar vervolgens toch weer terugvalt daarin. Van degenen die hun inkomen opvijzelen, vervalt 20 procent al na een jaar weer in armoede. Op langere termijn weet 40 procent van alle mensen die zich uit de armoede werken die verbetering van hun situatie niet vast te houden.

Voor mensen met een ontoereikend pensioen (meestal alleen AOW) is de kans om uit de armoede te geraken helemaal gering. ‘Bij bijna 60 procent van de arme gepensioneerden is sprake van langdurige armoede’, stelt Hoff. Gepensioneerden zijn relatief gezien niet zo vaak arm, maar als ze het zijn, dan vaak langdurig.

Een andere bevolkingsgroep die een hoog percentage armen telt, zijn niet-westerse immigranten met minderjarige kinderen. Van de armen onder hen is 66 procent langdurig arm.

MERK KLEDING

“Kenzo, Diesel, Tommy Hilfiger… mijn kinderen zijn gek op merkkleding. Best logisch ook, want we wonen in een buurt waar het grootste gedeelte van de huizen vrijstaand is en het gemiddelde inkomen ruim boven modaal ligt.”

“Bij hun op school is een winterjas die minder dan 300 euro kost een uitzondering. Voor mij is het een verschrikking. Ik woon in één van de weinige sociale huurwoningen die er bij ons te vinden is en moet het met een gemiddeld inkomen in mijn eentje zien te redden, terwijl ik twee kinderen heb. Mijn ex is een tijdje geleden met de noorderzon vertrokken en heeft mij achtergelaten met alle zorgen. Op zich red ik het allemaal wel, maar die kleding en spullen… ik word er niet goed van.”

“Ik ben vroeger gepest, dus het laatste wat ik wil is dat mijn kinderen buiten de boot vallen. Maar waar ik vroeger nog wegkwam met H&M en Zara, is het nu enkel merkkleding dat telt. Dat zorgt voor de nodige creativiteit. In het begin kocht ik nog gloednieuwe kledingstukken. Met pijn in mijn hart rekende ik dan over de 70 euro voor een knullig t-shirt af, om vervolgens in de supermarkt met het schaamrood op mijn kaken enkele boodschappen terug te leggen, omdat ik die niet kon betalen. Ik besloot het over een andere boeg te gooien en begon rond te speuren op Marktplaats en Facebookpagina’s met tweedehands kleding.”

 ‘Oud en vies’

“Daar kocht ik de nodige truien, schoenen en jassen tweede- of derdehands, zonder dat mijn kinderen dat weten. Sommige stukken zijn dan nog niet goedkoop, maar in ieder geval een stuk betaalbaarder dan nieuw in de winkel. Het erge is, vaak zitten de kaartjes er nog aan! Andere mensen geven geen drol om de prijs van kleding, mij doen ze er een groot plezier mee. Als mijn kinderen dit zouden weten zouden ze gek worden. Tweedehands is ‘oud’ en ‘vies’, dus dat ze zelf in tweedehands kleding lopen is reden voor oorlog. En dan weten ze nog niet eens alles…

Nep merken
Naast tweedehands kleding maak ik me namelijk ook schuldig aan het kopen van nepkleding. Ik ben een expert geworden in het herkennen van nep en echt en kan het dus ook zien als merken heel goed nagemaakt zijn. Je wilt niet weten hoe mooi ze tegenwoordig alles kopieren! Via websites als Ebay en Alibaba laat ik kleding bezorgen. Niet thuis, maar bij een buurvrouw; de enige die weet hoe ik aan al die mooie spullen voor mijn kinderen kom. Ik ben veel te bang dat één van mijn schatten een keertje een pakje openmaakt en heb haar daarom om hulp gevraagd. Zelf heeft ze geen kinderen, maar ze begrijpt mij volkomen.”

“Mijn oudste wordt over een paar maanden zestien. Daar ligt voor mij de grens. Als ze zestien zijn moeten ze van mij een bijbaantje zoeken en start ik met kleedgeld, zodat ik nog maar een paar keer per jaar iets voor hun hoef te kopen en ze verder zelf sparen. En wellicht kan ik dan weer eens voor de echte merken gaan.”

kleding

DREIGEN MET ONTRUIMING

imgres


Onder welke omstandigheden mag een verhuurder iemand uit huis zetten?

Een verhuurder mag bij twee maanden huurachterstand een vonnis voor ontruiming aanvragen. Woningcorporaties gaan hier wisselend mee om. Veel corporaties hebben convenanten met gemeenten dat zij voorgenomen ontruimingen melden. In 2014 werden 5.900 woningen ontruimd. In 17.600 gevallen was er wel een vonnis gevraagd, maar heeft de ontruiming niet plaatsgevonden. 

Wil Groeneweg Roode
PMA Lid en Spreekuurhouder

EERSTE HULP BIJ FINANCIËLE TEGENSLAG

schuldvrij

Schuldhulpverlening komt altijd te laat. Daarom is het tijd voor radicale schuldpreventie. Pieter Hilhorst en Jos van der Lans schetsen de contouren van een nieuwe aanpak die mensen weer veerkrachtig kan maken: een systeem van Zelfverzekerde Financiën.

Schulden staan bij de meeste sociale wijkteams bovenaan de top tien van problemen van bewoners. Een wijkteammanager uit Rotterdam schat zelfs dat negen van de tien mensen dat bij zijn wijkteam aanklopt in financiële nood verkeert. Eén van de beloften van de decentralisaties is dat problemen op alle leefdomeinen (wonen, werken, inkomen, relaties) in een vroeg stadium in hun samenhang worden aangepakt. Dan is het essentieel om ook iets aan de schulden te doen, want schulden zijn een pechmagneet. Alle problemen klonteren samen rond een gebrek aan bestaanszekerheid. En als er geen oplossing in het verschiet ligt voor de schulden is het moeilijker iets te doen aan andere problemen. Mensen met schulden zijn langer werkloos en vaker ziek. Iedereen is inmiddels wel doordrongen van het desastreuze effect van schulden op de samenleving. Het NIBUD schat de kosten voor de samenleving op 11 miljard euro.

Tegelijkertijd weten we dat mensen lang wachten voor ze om hulp vragen. De schuld is dan door incasso- en gerechtelijke kosten al enorm opgelopen. Mensen die aankloppen bij schuldhulp hebben gemiddeld een schuld van € 38.500,-. Ongeveer 30 procent van dat bedrag bestaat uit extra kosten. We weten ook dat veel mensen om allerlei redenen niet voor schuldsanering in aanmerking komen. Het hoogste doel voor hen is het stabiliseren van de schulden. Dit komt erop neer dat mensen jarenlang moeten leven van een absoluut minimum. Perspectief op inkomensverbetering is er niet en dus is er ook geen prikkel om te werken.

Waarom doen we niks aan de oorzaak van deze sociale ellende?

Ongerijmdheden van financiële zelfredzaamheid.
Dat komt omdat onze omgang met financiële zelfredzaamheid getekend wordt door drie ongerijmdheden. Ten eerste geloven we heilig in eigen verantwoordelijkheid, maar weigeren we om de ultieme consequenties te accepteren van die eigen verantwoordelijkheid. We willen namelijk niet dat ouders met kinderen op straat belanden. En dus tuigen we – dat is de tweede ongerijmdheid – een heel duur systeem op om mensen die de eigen verantwoordelijkheid niet aan kunnen te disciplineren met incassobureaus, gerechtsdeurwaarders en bewindvoerders. Is het niet slimmer om minder geld te steken in het dweilen en meer geld te steken in het repareren van de kraan? En tot slot wordt er wel wat gedaan aan preventie, maar is dat vooral gericht op een verstandige omgang met geld en leren budgetteren. Tegelijkertijd weten we uit Amerikaans onderzoek van Sendhil Mullainathan en Eldar Shafir, dat mensen die te maken hebben met schaarste juist moeilijker verstandige beslissingen nemen. Er is een grote gerichtheid op de korte termijn en door de geldzorgen-stress wordt juist een deel van het verstand uitgeschakeld.

Het wordt tijd om deze drie ongerijmdheden op zijn kop te zetten. Het wordt tijd voor radicale schuldpreventie. Dat kan door veel gerichter te investeren in het voorkomen van schulden. De meeste mensen die in schulden verstrikt raken hebben geen zicht op hun inkomsten en uitgaven. Daar moet de aanpak beginnen. Nu gebeurt dat pas als mensen zakken voor het financiële zelfredzaamheidsexamen. Pas dan komen ze in aanmerking voor budgetbeheer of beschermingsbewind. Het is beter om eerder te onderzoeken of mensen het met ondersteuning wel kunnen.

EENZAAMHEID GROEIEND PROBLEEM

images

De telefoon als ultiem wapen tegen eenzaamheid. In Den Haag wordt morgenmiddag de aftrap gegeven voor de Zilverlijn, een nieuw belproject van het Nationaal Ouderenfonds. Verschillende politici zullen acte de présence geven: „Eenzaamheid is een groeiend probleem in onze samenleving.”

Mensen blijven er speciaal voor thuis, voor het telefoontje van één van de vrijwilligers van de Zilverlijn. Soms is het zelfs de enige keer die week dat ze écht even met iemand praat. En dus is de Haagse Annalies Grol (71) blij met dit nieuwe belproject van het Nationaal Ouderenfonds, dat morgen in Den Haag officieel wordt afgetrapt.

Vlakbij het Binnenhof, op het Plein in Den Haag, gaan politici zoals Diederik Samsom en Roos Vermeij (PvdA), Henk Krol (50Plus), Renske Leijten (SP) en Sjoerd Potters (VVD) maar ook Martin van Rijn (staatssecretaris VWS) in een speciale bus van het Nationaal Ouderenfonds bellen met ouderen die wel een beetje aandacht kunnen gebruiken.

En dat zijn er een heleboel in Nederland. Uit cijfers van TNS/Nipo blijkt dat van de 4,1 miljoen 55-plussers in Nederland, 1 miljoen zich regelmatig eenzaam voelen en 200.000 zelfs extreem eenzaam. Die laatste groep heeft slechts één maal per maand sociaal contact. Eenzaamheid neemt toe met het stijgen der jaren. De oorzaak is vaak een opeenstapeling van gebeurtenissen zoals het overlijden van partner en leeftijdgenoten en het verlies van mobiliteit en zelfstandigheid.

Het bereiken van deze groep mensen is moeilijk, zo is bekend bij het Nationaal Ouderenfonds. Met het opzetten van de Zilverlijn, tot nu toe een pilot in samenwerking met de VriendenLoterij en het KPN-Mooiste Contact Fonds, is gezocht naar een laagdrempelige manier van contact maken. De resultaten waren dermate veelbelovend, dat is besloten de beldienst definitief voor te zetten.

„Het principe erachter is heel eenvoudig,” vertelt Babs Bergs, projectmanager van de Zilverlijn. „Ouderen die behoefte hebben aan een luisterend oor op z’n tijd geven zich bij ons op via telefoonnummer 0900-6080100. Onze vrijwilligers nemen vervolgens één keer per week contact op en maken een praatje. Gewoon over wat er die week is gebeurd of iets wat de deelnemer heeft meegemaakt. De ene keer is het een vrolijk gesprek, de andere keer kan het ook best over zorgen of problemen gaan.”

De Haagse Annalies Grol neemt al enige tijd deel aan de pilot en is er blij mee: „Ik ben een alleenstaande vrouw en vind het fijn om regelmatig even m’n verhaal kwijt te kunnen. Ik heb goed contact met mijn dochter maar wil haar niet met elk wissewasje lastig vallen. De vrijwilligers van de Zilverlijn nemen echt de tijd voor je, dat is prettig.”

Annalies wil wel even benadrukken dat ze niet alleen maar zit af te wachten. „Ook bezige mensen kunnen eenzaam zijn. Ik onderneem van alles, heb me laatst zelfs opgegeven voor Memories. Dat programma waarin ze op zoek gaan naar oude geliefden. De mijne woont in Australië, dus wie weet wat er nog van gaat komen! Maar tot het zover is vind ik het heerlijk elke week gebeld te worden. Gezellig.”

WERKPLEIN BRENGT AANBOD EN VRAAG WERK SAMEN

30984_fullimage_werkpleinaaNw2web

Het Werkplein AA in het raadhuis van Amstelveen wordt vanmiddag (woensdag 17 februari 2016) officieel geopend door wethouders Maaike Veeningen (Amstelveen) en Ad Verburg (Aalsmeer).

‘Al u werk zoekt, kunt u hier terecht’, stelt een van de medewerksters tijdens de rondleiding van de verslaggever. Het Werkplein gaat vragen van inwoners en aanbod van werk en vacatures bij elkaar brengen. De gemeenten Amstelveen en Aalsmeer geven daarmee gezamenlijk uitvoering aan arbeidsbemiddeling en re-integratie.

‘We bieden uitkeringsgerechtigden een springplank om weer aan het werk te kunnen gaan’ licht wethouder Maaike Veeningen toe. De bedoeling is dat klanten door informatieverstrekking, werkaanbod en training weer mee kunnen doen door een baan te vinden. Inwoners met of zonder beperking die op zoek zijn naar werk krijgen op het Werkplein actieve ondersteuning. Veel klanten krijgen bij binnenkomst direct een werkaanbod.

Het nieuwe Werkplein beschikt over moderne computerfaciliteiten, waar werkzoekenden zelfstandig of met begeleiding van medewerkers gebruik van kunnen maken. Ook worden er sollicitatie- en motivatietrainingen gegeven, speeddates gehouden en is het actuele werkaanbod in de arbeidsregio Groot Amsterdam in te zien. Verder doet het Werkplein ook zelf aan acquisitie van vacatures bij werkgevers uit de omgeving.

Kledingadvies

‘Sinds vorig jaar hebben gemeenten een breder takenpakket gekregen op het gebied van werk en inkomen en dat betekent dat we meer doelgroepen begeleiden. Op het Werkplein hebben we alles samengevoegd zodat meer mensen voor begeleiding kunnen zorgen’, aldus wethouder Veeningen. ‘We helpen bij het zoeken van vacatures, geven advies over het opstellen van een cv en desgewenst ook over de te dragen kleding bij een sollicitatiegesprek.’

Werkgevers kunnen ook zonder afspraak op het Werkplein terecht als zij personeel zoeken. Ook wordt advies en uitleg gegeven over subsidieregelingen voor het inzetten van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt.

Het Werkplein is gevestigd in de ruimte in het raadhuis waar tot juni 2015 het UWV Werkbedrijf gevestigd was. De Amstelveense vestiging ging dicht wegens bezuinigingen bij het UWV. Werklozen met een WW-uitkering moeten nu naar Amsterdam voor zaken die niet via internet afgehandeld kunnen worden.

Mensen van wie het einde van de WW-uitkering in zicht is zonder een baan te hebben gevonden, kunnen volgens wethouder Veeningen echter ook alvast voor advies terecht op het nieuwe Werkplein. Ze geeft het voorbeeld van een 50-plusser die na lang tevergeefs solliciteren snel aan een baan kon worden geholpen.

Verder wordt onder meer bemiddeling en ondersteuning op maat geboden voor alle doelgroepen van de Participatiewet (ook Wet Sociale Werkvoorziening en Wajong voor jong gehandicapten) en is er speciale aandacht voor aanpak van jeugdwerkloosheid. ‘Alles is gericht op toeleiding naar de arbeidsmarkt’, aldus Veeningen.

Ook de Vrijwilligerscentrale heeft een plekje op het Werkplein, mede met het oog op de tegenprestatie die tegenwoordig van bijstandsgerechtigden voor hun uitkering wordt verwacht.