Allochtone afgestudeerde komt moeilijker aan een baan

Allochtone jongeren met een mbo- of hbo-diploma op zak komen veel moeilijker aan een baan dan autochtone. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de Universiteit Maastricht onder ruim 70.000 afgestudeerden. Tweede generatie niet-westerse allochtonen maken drie keer zoveel kans om werkloos te worden als autochtonen.

Opvallend is dat eerdere verklaringen voor het verschil, zoals de studiekeuze van allochtone jongeren of het opleidingsniveau van hun ouders, niet opgaan. Ook bij gelijke kwalificaties komen ze moeilijker aan de bak.

 

Het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht voert jaarlijks een enquête uit onder gediplomeerde schoolverlaters. Dit jaar gingen de onderzoekers uitgebreid in op de arbeidsmarktkansen van allochtone jongeren die in Nederland geboren zijn en hun hele schoolloopbaan in Nederland hebben doorgebracht.

Over de hele breedte van het onderwijs zien de onderzoekers dat het aantal werkloze schoolverlaters met een mbo- of hbo-diploma iets is gedaald. Maar dat geldt dus niet voor iedereen, concludeert het ROA.

Afgestudeerden van niet-westerse herkomst ondervinden vooral extra moeite bij het vinden van banen die communicatieve vaardigheden vereisen, stellen de onderzoekers. Bij de overheid vinden ze relatief eenvoudiger een baan.

Uit eerdere onderzoeken bleek dat allochtone jongeren vaak voor studies met minder kans op een baan kiezen. Maar volgens het ROA is dat nauwelijks een oorzaak. “Ook in de techniek-sector is een groot verschil in baankansen. Dus daaraan kan het niet liggen”, zegt hoofdonderzoeker Christoph Meng. In de techniek zijn veel banen te vinden.

Niet eerder werd zo nauwkeurig gekeken naar mogelijke oorzaken. “In dit onderzoek sluiten we uit dat werkloosheid samenhangt met de leerweg, opleiding of met het niveau van de afgestudeerden”, zegt Meng.

“Net als de samenhang met de regio waar ze wonen, met afstudeercijfers, en met eventuele werkervaring die ze opgedaan hebben of problemen bij het vinden van een stage. Ook telt het opleidingsniveau van de ouders van mbo-afgestudeerden niet mee.”

Discriminatie?

Het is niet duidelijk of het verschil in baankansen tussen autochtone of allochtone jongeren alleen te wijten is aan discriminatie, of dat er nog andere factoren een rol spelen.

“Sommigen zullen zeggen dat discriminatie de enige verklaring is die overblijft. Maar bij ons onderzoek kun je niet spreken van discriminatie, wel van een nadeel dat blijft bestaan. Dat wordt de etnische boete genoemd.”

Er is volgens Meng nader onderzoek nodig om vast te stellen waar deze boete vandaan komt.

Verspild talent

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken betreurt het dat het hogere opleidingsniveau van allochtone jongeren niet leidt tot meer succes op de arbeidsmarkt. “Discriminatie op de arbeidsmarkt zorgt dat ambitie eindigt in frustratie en dat talent wordt verspild.

Hij vindt dat werkgevers zichzelf in de voet schieten door allochtone afgestudeerden buiten de deur te houden. Hij wijst op een voorlichtingscampagne om werkgevers bewust te maken van onterechte vooroordelen die ze vaak hebben.