INLICHTINGENPLICHT

Verplichtingen in de bijstand: de inlichtingenplicht

De inlichtingenplicht houdt in dat u de gemeente moet informeren over alles wat van belang kan zijn voor het recht op uw uitkering. Daarmee is de inlichtingenplicht een van de belangrijkste plichten.

De inlichtingenplicht ontstaat zodra u een bijstandsuitkering aanvraagt. U moet dan zowel het UWV Werkbedrijf als ook de gemeente inlichtingen geven. Dit betekent dat u ook informatie moet geven die betrekking heeft op de periode voordat u een uitkering aanvroeg.

Een voorbeeld.

Sven vraagt een bijstandsuitkering aan bij de gemeente. Hij moet zijn bankafschriften laten zien van de laatste drie maanden voorafgaande aan de aanvraag. Daaruit blijkt dat Sven een paar keer een paar honderd euro op zijn rekening heeft gestort. Sven kan hiervoor geen goede verklaring geven.

Het zou geld zijn dat hij van vrienden heeft geleend. Wie deze vrienden zijn en bewijzen van leningen heeft Sven niet. De bijstandsuitkering wordt geweigerd omdat Sven geen duidelijkheid kan geven over de stortingen. Zo kan de gemeente natuurlijk niet nagaan of Sven misschien wel zwart werkt of andere illegale inkomsten heeft.

Voorlichting over inlichtingenplicht

De gemeente moet u voorlichting te geven over wat de inlichtingenplicht inhoudt. U moet natuurlijk wel weten welke informatie u door moet geven. De meeste gemeenten hebben tegenwoordig websites waarop heel veel informatie is terug te vinden. Daarnaast zijn er altijd folders en formulieren waarin uitgelegd wordt welke informatie u moet verstrekken.

Welke informatie moet ik doorgeven?

Een aantal voorbeelden van informatie die u verplicht bent om door te geven:

  • Alles wat met werk te maken heeft. Of u inkomsten uit deze werkzaamheden heeft of niet doet er niet toe. Als u bijvoorbeeld vrijwilligerswerk doet kan dat voor de gemeente van belang zijn voor uw re-integratie. Het kan uw re-integratie bevorderen, maar ook belemmeren.
  • Alles wat met inkomen te maken heeft. Niet alleen loon of winst, maar ook erfenissen, giften, uitkeringen van verzekeringen, inkomsten uit huur, kostgangerschap.
  • Alle veranderingen in uw gezins- of thuissituatie. Geboorte, overlijden, echtscheiding, samenwoning, kinderen die het gezin verlaten of juist bij u komen wonen, derden die bij u komen wonen, al dan niet als partner, huurder of kostganger.
  • Alle veranderingen in uw verblijfplaats. U ontvangt de uitkering van een gemeente. Als u in een andere gemeente gaat wonen, moet deze de bijstand gaan betalen. U kunt verder geen bijstand in het buitenland krijgen, tenzij het gaat om de toegestane vakantie. Dus als u een weekend bij uw zuster gaat logeren die in een andere plaats woont, moet u dat eigenlijk melden.
  • Alles wat met uw eigendommen te maken heeft, zoals huizen (ook in het buitenland) boten, caravans, antiek, kunst enz.

Ook als u soms denkt dat bepaalde informatie voor de gemeente niet van belang is, kan het toch verstandig zijn om hiervan melding te doen. Vraag de gemeente desnoods om een schriftelijke bevestiging dat de informatie die u hebt doorgegeven geen gevolgen heeft voor uw uitkering. De gemeente is verplicht om u te informeren. Doet de gemeente dat niet, dan dient u een klacht in. U hebt recht om te weten waar u aan toe bent.

Inlichtingenplicht bij echtparen of samenwonenden

Als u gehuwd bent of samenwoont dan geldt de inlichtingenplicht voor u beiden samen en voor ieder afzonderlijk. Komt een van u deze plicht niet na en kan daardoor niet langer worden vastgesteld of er nog recht op bijstand bestaat, dan eindigt de uitkering voor u beiden.

Een voorbeeld.

Mart en Thijs wonen samen. Mart informeert de gemeente niet dat hij aan het werk is. Als Mart wordt betrapt moet de bijstand over zes maanden volledig worden terugbetaald. Ook Thijs is hiervoor verantwoordelijk. Thijs besluit daarom Mart te verlaten. Mart en Thijs zijn dan allebei verantwoordelijk voor de hele schuld. Kan Mart bijvoorbeeld niets terugbetalen, dan wordt de volledig betaalde bijstand alleen van Thijs teruggevorderd.

Grenzen aan de inlichtingenplicht

De inlichtingenplicht gaat ver, maar er zijn grenzen.

U bent bijvoorbeeld verplicht om op verzoek uw bankafschriften te laten controleren. U mag uw uitgaven dan blanco maken. Daar heeft de gemeente niets mee te maken. U bepaalt zelf waar u uw geld aan uitgeeft. Dat wordt echter anders als uit het saldo van uw rekening blijkt dat u wel heel veel geld uitgeeft voor iemand met een minimuminkomen. In dat geval moet u ook laten zien waar u uw geld aan uitgeeft. Doet u dat niet, dan kan het recht op bijstand niet worden vastgesteld en bent u uw uitkering kwijt.

U hoeft bijvoorbeeld ook niet te vertellen wie uw behandelende arts is. Maar als u de gemeente meedeelt dat u medische klachten heeft, dan kan de gemeente wel weer naar deze informatie geven.

Geen zwijgrecht

U heeft geen zwijgrecht. U mag niet afwachten tot de gemeente zelf om bepaalde informatie vraagt. Er wordt van u verwacht dat u zelf actief aan uw inlichtingenplicht voldoet. Als u informatie die voor uw uitkering van belang is niet meldt, dan wordt uw uitkering stopgezet of wordt de reeds betaalde uitkering teruggevorderd.

Hoe snel moeten wijzigingen worden doorgegeven?

U moet wijzigingen over uw situatie doorgeven zodra de wijziging zich voordoet. Elke gemeente heeft daarvoor eigen regels. In veel gevallen is de termijn om wijzigingen door te geven een (1) week. De reden hiervoor is dat de gemeente natuurlijk snel op de hoogte wil zijn van een wijziging waardoor u mogelijk geen recht meer heeft op een uitkering.

Als u dus bijvoorbeeld werk vindt, moet u dit snel doorgeven.

Ontbrekende bewijsstukken

De gemeente kan u vragen bepaalde bewijsstukken te overleggen, denk bijvoorbeeld aan bankafschriften. Als u deze niet meer heeft, moet u zorgen voor vervangende bewijsstukken. Soms kan dit erg lastig zijn. Als u niet in staat bent om bepaalde zaken te bewijzen, loopt u het risico dat u geen recht (meer) heeft op een bijstandsuitkering.

Een voorbeeld.

Een voormalig prostituee vraag een bijstandsuitkering aan. Vanwege het ontbreken van een deugdelijke administratie kan zij onvoldoende inlichtingen geven over haar inkomens- en arbeidsverleden. De gemeente weigert haar om die reden een bijstandsuitkering.

In bepaalde situaties kan u natuurlijk geen enkel verwijt gemaakt worden dat u bepaalde informatie niet meer kunt bewijzen. Denk aan brand- of waterschade. In die situatie zal de gemeente zich in het algemeen soepel(er) opstellen.

MEEWERKEN AAN HUISBEZOEK

Verplichtingen in de bijstand: meewerken aan huisbezoek

U bent in een aantal gevallen verplicht om uw medewerking te verlenen aan de gemeente. U moet daarbij denken aan:

  • verplichte medewerking aan voorzieningen die de gemeente u aanbiedt om er voor te zorgen dat u zo snel mogelijk weer aan het werk gaat. Denk bijvoorbeeld een beroepskeuze test.
  • verplichte medewerking aan een huisbezoek om te controleren of u nog wel recht heeft op bijstand.

Het huisbezoek

Het huisbezoek is het meest vergaande controlemiddel van de gemeente. Het is een grote inbreuk op uw privacy. Dat betekent dat de gemeente pas tot een huisbezoek mag overgaan als bepaalde informatie niet meer op andere wijze kan worden verkregen.

Huisbezoeken kunnen zowel aangekondigd als onaangekondigd plaatsvinden.

Aangekondigd huisbezoek

Bij een aangekondigd huisbezoek wordt er met u een afspraak gemaakt dat men op een bepaald moment bij u thuis komt. Redenen voor een aangekondigd huisbezoek zijn bijvoorbeeld:

  • U kunt zelf door uw handicap of beperkingen niet bij de gemeente verschijnen
  • De gemeente wil beoordelen of u in aanmerking komt voor bepaalde voorzieningen. U hebt bijvoorbeeld bijzondere bijstand aangevraagd voor een nieuwe wasmachine, omdat uw wasmachine buiten de garantietermijn stuk is gegaan. De gemeente kan dan komen kijken of dat echt wel zo is.

Onaangekondigd huisbezoek

Bij een onaangekondigd huisbezoek zijn er twee mogelijkheden:

  1. Een of meer medewerkers van de gemeente staan opeens voor uw voordeur en vragen toestemming voor het verrichten van een huisbezoek.
  2. U komt voor een gesprek over uw thuissituatie bij de gemeente. Tijdens het gesprek kondigt men een huisbezoek aan dat later op die dag zal plaatsvinden. In feite is dit een aangekondigd huisbezoek, maar in de praktijk heeft dit hetzelfde effect als een onaangekondigd huisbezoek.

De belangrijkste redenen voor de gemeente om een onaangekondigd huisbezoek te laten uitvoeren zijn:

  • Om te controleren of u wel woont op het door u opgegeven adres
  • Om te controleren of u mogelijk samenwoont (een gezamenlijke huishouding voert) met een ander
  • Om te controleren of u mogelijk (zwart) werkt (u koopt en verkoopt bijvoorbeeld allerlei spullen via het internet)
  • U stelt een kamer te huren maar u kunt geen of slechts een gebrekkig huurcontract laten zien

Inbreuk op uw privacy door huisbezoek

U hoeft alleen aan een onaangekondigd huisbezoek mee te werken als dit ook echt nodig is. Als de gemeente uw bankafschriften wil zien, hoeft hiervoor natuurlijk geen huisbezoek te worden afgelegd.

Voor een huisbezoek moet een goede reden zijn, anders is er sprake van een niet gerechtvaardigde inbreuk van uw recht op privacy.

Een paar voorbeelden waarvan later is vastgesteld dat hier onvoldoende reden was voor een huisbezoek:

  • een anonieme tip, dat de uitkeringsgerechtigde zou samenwonen
  • een uitkeringsgerechtigde zou een paar maanden in de gevangenis hebben gezeten
  • vertrek van een medebewoner, met twee achterblijvende bewoners. De gemeente vermoedde hier samenwoning van de achtergebleven bewoners.

Toestemming bij huisbezoek noodzakelijk

Een huisbezoek mag niet plaatsvinden tegen uw wil. U moet dus toestemming geven. Vindt er tegen uw wil een huisbezoek plaats dan is er sprake van de schending van het huisrecht. Het binnentreden van uw een woning tegen uw wil is alleen in bepaalde gevallen en onder bepaalde voorwaarden mogelijk in het kader van strafrechtelijke onderzoeken.

Informed consent

Er is geen sprake van een inbreuk op uw huisrecht wanneer u daarvoor vrijwillig toestemming heeft verleend. Bovendien moet uw toestemming gebaseerd zijn op volledige en juiste informatie. Dit noemt men ook wel ‘informed consent’.

Een voorbeeld.

U ontvangt een bijstandsuitkering. Op een dag staan er twee mannen voor uw deur die zeggen namens de gemeente een huisbezoek af te komen leggen. U bent nogal overrompeld en u laat de mannen binnen zonder dat u eigenlijk weet wat zij precies komen doen. Ook hebben de mannen geen legitimatiebewijs aan u laten zien.

In deze situatie heeft u de betreffende personen weliswaar vrijwillig in uw huis toegelaten, maar is er van ‘informed consent’ geen sprake. Het gevolg hiervan is dat hetgeen tijdens het huisbezoek is aangetroffen niet mag meetellen als bewijs en dus niet tegen u kan worden gebruikt.

Ambtenaren van de gemeente die een huisbezoek uitvoeren hebben zich te houden aan de volgende verplichtingen:

  • Zij moeten zich voorafgaand aan het huisbezoek legitimeren, dus voor uw voordeur en niet in uw woning (de ambtenaren hebben daarvoor speciale legitimatiebewijzen van de gemeente).
  • Zij moeten u meedelen wat het doel is van het huisbezoek.
  • Zij moet u om toestemming vragen voordat ze uw woning binnentreden.
  • Zij moeten u meedelen wat de gevolgen zijn voor uw uitkering, als u besluit niet mee te werken aan het huisbezoek.
  • Zij moeten na afloop een rapport opmaken waaruit moet blijken wat de redenen waren voor het huisbezoek en waaruit blijkt of de ambtenaren zich aan alle regels hebben gehouden.

Gevolgen van het weigeren van een huisbezoek

Hoewel u op grond van uw huisrecht een huisbezoek kunt weigeren, kan dit uiteraard gevolgen hebben voor uw bijstandsuitkering. Als bijvoorbeeld niet kan worden vastgesteld of u inderdaad recht heeft op een bijstandsuitkering, zal de gemeente uw uitkering direct beëindigen. Soms wordt de uitkering zelfs met terugwerkende kracht ingetrokken.

Alleen als er een zeer dringende reden is waardoor u op dat moment niet kunt meewerken aan het huisbezoek, zullen er geen gevolgen zijn voor uw uitkering. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat u, net op het moment dat de gemeenteambtenaar voor uw deur staat, naar het ziekenhuis moet voor een operatie. U begrijpt dat een dergelijke reden zich niet vaak zal voordoen.

De volgende omstandigheden zijn in elk geval geen dringende reden om niet mee te werken aan een huisbezoek:

  • Het is een puinhoop in uw huis
  • Er zijn andere mensen in uw huis (bezoek)
  • U moet eerst toestemming hebben van medebewoners of uw huisbaas
  • U heeft een afspraak waar u per se naar toe moet

En als er al sprake is van een geldige dringende reden, dan zal het huisbezoek op een later tijdstip alsnog moeten plaatsvinden.

Onrechtmatig verkregen bewijs

De gemeente heeft de vergaarde informatie tijdens een huisbezoek onrechtmatig verkregen als er onvoldoende redenen waren voor een huisbezoek, terwijl dit toch heeft plaatsgevonden. De gemeente moet bewijzen of u daadwerkelijk heeft ingestemd met een huisbezoek als u dit betwist.

Het gevolg van dergelijk onrechtmatig verkregen bewijs is dat deze informatie niet gebruikt mag worden om te bewijzen dat u misschien geen recht hebt op uitkering. Daarnaast zou u een klacht kunnen indienen tegen de sociaal rechercheurs omdat zij de regels hebben overtreden. Ook kunt u dan in aanmerking komen voor een (beperkte) schadevergoeding. Een bedrag van 200 euro per onrechtmatig huisbezoek wordt in het algemeen beschouwd als een passende schadevergoeding.

Een voorbeeld.

U ontvangt een bijstandsuitkering. De sociaal rechercheurs Peter en Marjan bellen bij u aan. Zij legitimeren zich als bijzondere opsporingsambtenaren. Zij vertellen u dat zij zich afvragen of u wel op het adres woont. De reden daarvoor is dat u de laatste tijd heel vaak bent verhuisd en dat u bij observatie van de woning nauwelijks bent gezien. Ook de buren zeggen u niet te kennen. Daarom willen zij nu uw woning bekijken.

Daarna moeten Peter en Marjan uitleggen wat er gebeurd als u niet meewerkt aan het huisbezoek. Dit zal in dit geval tot gevolg hebben dat de uitkering wordt geweigerd, omdat vanwege twijfels over uw woonsituatie het recht op bijstand dan niet kan worden vastgesteld. Maar als er alleen maar een anonieme tip is binnengekomen dat u niet op dit adres woont, dan moeten zij u uitleggen dat het niet meewerken geen gevolgen heeft voor uw uitkering.

Stel dat Peter en Marjan in dat laatste geval toch uw woning betreden of u niet vertellen dat niet meewerken aan het huisbezoek geen gevolgen heeft voor uw uitkering. Dan is het bewijs dat met het huisbezoek is verkregen onrechtmatig en mag het niet gebruikt worden. Het gevolg daarvan kan dan weer zijn dat de gemeente niet kan bewijzen dat u geen recht op uitkering hebt.

Meewerken aan huisbezoek

Verplichtingen in de bijstand: meewerken aan huisbezoek

U bent in een aantal gevallen verplicht om uw medewerking te verlenen aan de gemeente.

  • verplichte medewerking aan voorzieningen die de gemeente u aanbiedt om er voor te zorgen dat u zo snel mogelijk weer aan het werk gaat. Denk bijvoorbeeld aan een beroepskeuze test.
  • verplichte medewerking aan een huisbezoek om te controleren of u (nog) recht heeft op bijstand.

Het huisbezoek

Het huisbezoek is het meest vergaande controlemiddel van de gemeente. Het is een grote inbreuk op uw privacy. Dat betekent dat de gemeente pas tot een huisbezoek mag overgaan als bepaalde informatie niet op andere wijze kan worden verkregen.

Huisbezoeken kunnen zowel aangekondigd als onaangekondigd plaatsvinden.

Aangekondigd huisbezoek

Bij een aangekondigd huisbezoek wordt er met u een afspraak gemaakt dat men op een bepaald moment bij u thuis komt. Redenen voor een aangekondigd huisbezoek kunnen zijn:

  • U kunt door een handicap of beperkingen niet bij de gemeente verschijnen
  • De gemeente wil beoordelen of u in aanmerking komt voor bepaalde voorzieningen. U hebt bijzondere bijstand aangevraagd voor een nieuwe wasmachine. De gemeente kan in zo’n geval komen kijken of de aanschaf noodzakelijk is.

Onaangekondigd huisbezoek

Bij een onaangekondigd huisbezoek zijn er twee mogelijkheden:

  1. Eén of meer medewerkers van de gemeente staan onverwacht voor uw deur en vragen toestemming voor het verrichten van een huisbezoek.
  2. U komt voor een gesprek bij de gemeente. Tijdens het gesprek kondigt men een huisbezoek aan dat later op die dag zal plaatsvinden. In feite is dit een aangekondigd huisbezoek, maar in de praktijk heeft dit hetzelfde effect als een onaangekondigd huisbezoek.

De belangrijkste redenen voor de gemeente om een onaangekondigd huisbezoek uit te voeren zijn:

  • Om te controleren of u wel woont op het door u opgegeven adres
  • Om te controleren of u mogelijk samenwoont (een gezamenlijke huishouding voert)
  • Om te controleren of u mogelijk (zwart) werkt
  • U stelt een kamer te huren maar u kunt geen of slechts een gebrekkig huurcontract laten zien

Inbreuk op uw privacy door huisbezoek

U hoeft alleen aan een onaangekondigd huisbezoek mee te werken als dit ook echt nodig is. Als de gemeente uw bankafschriften wil zien, hoeft hiervoor natuurlijk geen huisbezoek te worden afgelegd.

Voor een huisbezoek moet een goede reden zijn, anders is er sprake van een niet gerechtvaardigde inbreuk van uw recht op privacy.

Een paar voorbeelden waarvan later is vastgesteld dat hier onvoldoende reden was voor een huisbezoek:

  • een anonieme tip
  • een uitkeringsgerechtigde zou een paar maanden in de gevangenis hebben gezeten
  • vertrek van een medebewoner, met twee achterblijvende bewoners. De gemeente vermoedde hier samenwoning van de achtergebleven bewoners.

Toestemming bij huisbezoek noodzakelijk

Een huisbezoek mag niet plaatsvinden tegen uw wil. U moet dus toestemming geven. Vindt er tegen uw wil een huisbezoek plaats dan is er sprake van de schending van het huisrecht. Het binnentreden van uw woning tegen uw wil is alleen in bepaalde gevallen en onder bepaalde voorwaarden mogelijk in het kader van strafrechtelijke onderzoeken.

Informed consent

Er is geen sprake van een inbreuk op uw huisrecht wanneer u daarvoor vrijwillig toestemming heeft verleend. Bovendien moet uw toestemming gebaseerd zijn op volledige en juiste informatie. Dit noemt men ook wel ‘informed consent’.

Een voorbeeld.

U ontvangt een bijstandsuitkering. Op een dag staan er twee mannen voor uw deur die zeggen namens de gemeente een huisbezoek af te komen leggen. U bent nogal overrompeld en u laat de mannen binnen zonder dat u eigenlijk weet wat zij precies komen doen. Ook hebben de mannen geen legitimatiebewijs laten zien.

In deze situatie heeft u de betreffende personen weliswaar vrijwillig in uw huis toegelaten, maar is er van ‘informed consent’ geen sprake. Het gevolg hiervan is dat hetgeen tijdens het huisbezoek is aangetroffen niet mag meetellen als bewijs en dus niet tegen u kan worden gebruikt.

Ambtenaren van de gemeente die een huisbezoek uitvoeren hebben zich te houden aan de volgende verplichtingen:

  • Zij moeten zich voorafgaand aan het huisbezoek legitimeren, vóórdat zij uw woning betreden (ambtenaren hebben daarvoor speciale legitimatiebewijzen van de gemeente).
  • Zij moeten u meedelen wat het doel is van het huisbezoek.
  • Zij moet u om toestemming vragen voordat zij uw woning betreden.
  • Zij moeten u meedelen wat de gevolgen zijn voor uw uitkering, als u besluit niet mee te werken aan het huisbezoek.
  • Zij moeten na afloop een rapport opmaken waaruit blijkt wat de redenen waren voor het huisbezoek en waaruit blijkt dat de ambtenaren zich aan de regels hebben gehouden.

Gevolgen van het weigeren van een huisbezoek

Hoewel u op grond van uw huisrecht een huisbezoek kunt weigeren, kan dit uiteraard gevolgen hebben voor uw bijstandsuitkering. Als niet kan worden vastgesteld of u recht heeft op een bijstandsuitkering, zal de gemeente uw uitkering direct beëindigen. Soms wordt de uitkering zelfs met terugwerkende kracht ingetrokken.

Alleen als er een zeer dringende reden is waardoor u op dat moment niet kunt meewerken aan het huisbezoek, zullen er geen gevolgen zijn voor uw uitkering. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat u, net op het moment dat de gemeenteambtenaar voor uw deur staat, naar het ziekenhuis moet voor een operatie. U begrijpt dat een dergelijke reden zich niet vaak zal voordoen.

De volgende omstandigheden zijn in elk geval geen dringende reden om niet mee te werken aan een huisbezoek:

  • Het is een puinhoop in uw huis
  • U heeft bezoek
  • U moet eerst toestemming hebben van medebewoners of uw huisbaas
  • U heeft een afspraak waar u per se naar toe moet

Als er al sprake is van een geldige reden, dan zal het huisbezoek op een later tijdstip alsnog plaatsvinden.

Onrechtmatig verkregen bewijs

De gemeente heeft de vergaarde informatie tijdens een huisbezoek onrechtmatig verkregen als er onvoldoende redenen waren voor een huisbezoek en dit toch heeft plaatsgevonden. De gemeente moet bewijzen of u daadwerkelijk heeft ingestemd met een huisbezoek als u dit betwist.

Het gevolg van dergelijk onrechtmatig verkregen bewijs is dat dit niet gebruikt mag worden ter beoordeling van uw recht op een uitkering. Daarnaast kunt u overwegen een klacht in te dienen tegen de sociaal rechercheurs. U komt mogelijk in aanmerking voor een (beperkte) schadevergoeding. Een bedrag van 200 euro per onrechtmatig huisbezoek wordt in het algemeen beschouwd als een passende schadevergoeding.

Een voorbeeld.

U ontvangt een bijstandsuitkering. De sociaal rechercheurs Peter en Marjan bellen bij u aan. Zij legitimeren zich als bijzondere opsporingsambtenaren. Zij vertellen u dat zij zich afvragen of u wel op het adres woont. De reden daarvoor is dat u de laatste tijd heel vaak bent verhuisd en dat u bij observatie van de woning nauwelijks bent gezien. Ook de buren zeggen u niet te kennen. Daarom willen zij nu uw woning bekijken.

Daarna moeten Peter en Marjan uitleggen wat er gebeurd als u niet meewerkt aan het huisbezoek. Dit zal in dit geval tot gevolg hebben dat de uitkering wordt geweigerd, omdat vanwege twijfels over uw woonsituatie het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Als er alleen maar een anonieme tip is binnengekomen dat u niet op dit adres woont, dan moeten zij u uitleggen dat het niet meewerken geen gevolgen heeft voor uw uitkering.

Stel dat Peter en Marjan in dat geval toch uw woning betreden of u niet vertellen dat niet meewerken aan het huisbezoek geen gevolgen heeft voor uw uitkering, is het bewijs dat met het huisbezoek is verkregen onrechtmatig en mag het niet gebruikt worden. Het gevolg is dat de gemeente niet kan bewijzen dat u geen recht op uitkering hebt.

Inlichtingenplicht

Verplichtingen in de bijstand: de inlichtingenplicht

De inlichtingenplicht houdt in dat u de gemeente moet informeren over alles wat van belang kan zijn voor het recht op een uitkering. Daarmee is de inlichtingenplicht één van de belangrijkste plichten.

De inlichtingenplicht ontstaat zodra u een bijstandsuitkering aanvraagt. U moet dan zowel het UWV Werkbedrijf als  de gemeente informatie vertrekken. Dit betekent dat u wellicht ook informatie moet geven die betrekking heeft op de periode voordat u een uitkering aanvroeg.

Een voorbeeld:

Sven vraagt een bijstandsuitkering aan. Hij moet zijn bankafschriften tonen van de laatste drie maanden voorafgaande aan de aanvraag. Daaruit blijkt dat Sven een paar keer geld op zijn rekening heeft gestort. Sven kan hiervoor geen goede verklaring geven.

Het zou geld zijn dat hij van vrienden heeft geleend. Wie deze vrienden zijn en bewijzen van de leningen heeft Sven niet. De bijstandsuitkering wordt geweigerd omdat Sven geen duidelijkheid kan geven over de stortingen. Zo kan de gemeente niet nagaan of Sven wellicht zwart werkt of andere illegale inkomsten heeft.

Voorlichting over inlichtingenplicht

De gemeente moet u voorlichting geven over wat de inlichtingenplicht inhoudt. U moet weten welke informatie relevant is. De meeste gemeenten hebben tegenwoordig websites waarop deze informatie is terug te vinden. Daarnaast zijn er folders en formulieren waarin uitgelegd wordt welke informatie u dient te verstrekken.

Welke informatie moet ik doorgeven?

Een aantal voorbeelden van informatie die u verplicht bent om door te geven:

  • Alles wat met werk te maken heeft. Of u inkomsten uit deze werkzaamheden heeft of niet doet er niet toe. Als u bijvoorbeeld vrijwilligerswerk doet kan dat voor de gemeente van belang zijn voor uw re-integratie. Het kan uw re-integratie bevorderen, maar ook belemmeren.
  • Alles wat met inkomen te maken heeft; niet alleen loon of winst, maar ook erfenissen, giften, uitkeringen van verzekeringen, inkomsten uit huur of kostgangerschap.
  • Alle veranderingen in uw gezins- of thuissituatie. Geboorten, overlijden, echtscheiding, samenwoning, kinderen die het gezin verlaten of juist bij u komen wonen, derden die bij u komen wonen, al dan niet als partner, huurder of kostganger.
  • Alle veranderingen met betrekking tot uw verblijfplaats. U ontvangt een uitkering van de gemeente. Als u in een andere gemeente gaat wonen, moet deze de bijstand betalen. U kunt geen bijstand in het buitenland ontvangen. Als u een weekend bij uw zuster gaat logeren die in een andere plaats woont, moet u dat eigenlijk melden.
  • Alles wat met uw eigendommen te maken heeft, zoals huizen, boten, caravans, antiek, kunst of andere waardevolle bezittingen.

Ook als u denkt dat bepaalde informatie voor de gemeente niet van belang is, kan het toch verstandig zijn om hiervan melding te doen. Vraag de gemeente desnoods om een schriftelijke bevestiging dat de informatie die u hebt doorgegeven geen gevolgen heeft voor uw uitkering. De gemeente is verplicht om u te informeren. Doet de gemeente dat niet, dan kunt u een klacht indienen. U hebt recht om te weten waar u aan toe bent.

Inlichtingenplicht bij echtparen of samenwonenden

Als u gehuwd bent of samenwoont dan geldt de inlichtingenplicht voor u beiden en voor ieder afzonderlijk. Komt een van u deze plicht niet na en kan daardoor niet langer worden vastgesteld of er nog recht op bijstand bestaat, dan eindigt de uitkering voor u beiden.

Een voorbeeld.

Mart en Thijs wonen samen. Mart informeert de gemeente niet dat hij werkt. Als Mart wordt betrapt moet de bijstand over zes maanden volledig worden terugbetaald. Ook Thijs is hiervoor verantwoordelijk. Thijs besluit Mart te verlaten. Mart en Thijs zijn dan beiden verantwoordelijk voor de hele schuld. Kan Mart bijvoorbeeld niets terugbetalen, dan wordt de verstrekte bijstand op Thijs verhaald.

Grenzen aan de inlichtingenplicht

De inlichtingenplicht gaat ver, maar er zijn grenzen.

U bent verplicht om op verzoek uw bankafschriften te overleggen. U mag uw uitgaven dan blanco maken. Daar heeft de gemeente niets mee te maken. U bepaalt zelf waar u uw geld aan uitgeeft. Dat wordt echter anders als uit het saldo van uw rekening blijkt dat u wel heel veel geld uitgeeft voor iemand met een minimuminkomen. In dat geval moet u ook laten zien waar u uw geld aan uitgeeft. Doet u dat niet, dan kan het recht op bijstand niet worden vastgesteld en bent u uw uitkering kwijt.

U hoeft niet te vertellen wie uw behandelende arts is, maar als u de gemeente meedeelt dat u medische klachten heeft, dan kan de gemeente wel naar deze informatie vragen.

Geen zwijgrecht

U heeft geen zwijgrecht. U mag niet afwachten tot de gemeente zelf om bepaalde informatie vraagt. Er wordt van u verwacht dat u zelf aan uw inlichtingenplicht voldoet. Als u informatie die voor uw uitkering van belang is niet meldt, dan wordt uw uitkering stopgezet of wordt de reeds betaalde uitkering teruggevorderd.

Hoe snel moeten wijzigingen worden doorgegeven?

U moet wijzigingen over uw situatie doorgeven zodra de wijziging zich voordoet. Elke gemeente heeft daarvoor eigen regels. In veel gevallen is de termijn om wijzigingen door te geven één week. De reden hiervoor is dat de gemeente snel op de hoogte wil zijn van een wijziging die mogelijk van invloed is op uw uitkering.

Als u werk vindt, moet u dit snel doorgeven.

Ontbrekende bewijsstukken

De gemeente kan u vragen bepaalde bewijsstukken te overleggen. Denk bijvoorbeeld aan bankafschriften. Als u deze niet meer heeft, moet u zorgen voor vervangende bewijsstukken. Dit kan lastig zijn in sommige gevallen. Als u niet in staat bent de juiste bewijsstukken te overleggen, loopt u het risico dat u geen recht (meer) heeft op een bijstandsuitkering.

Een voorbeeld.

Een voormalig prostituee vraagt een bijstandsuitkering aan. Vanwege het ontbreken van een deugdelijke administratie kan zij onvoldoende inlichtingen geven over haar inkomens- en arbeidsverleden. De gemeente weigert haar om die reden een bijstandsuitkering.

Er zijn situaties denkbaar dat u niets te verwijten valt. Denk aan brand- of waterschade. In die situatie zal de gemeente zich in het algemeen soepel(er) opstellen.

COLUMN KLACHTENKOMPAS

imgres

Als spreekuurhouder van de Cliëntenraad ontvang ik veel mensen die verschillende vragen op sociaal en juridisch gebied hebben en mij om hulp en advies vragen. 

Soms is de vraag of wij namens de Cliëntenraad willen meegaan naar de gemeente om hen tijdens een gesprek met een klantmanager te ondersteunen. Vaak wordt ook ons hulpingeroepen om formulieren in te vullen.

Ook afgelopen week zijn een van mijn collega’s en ik  bezig geweest om de bekende formulieren Kwijtschelding Waternet in te vullen. Nadat ik het formulier had ingevuld bleek er nog een vraag te zijn. Het ging om een brief van een deurwaarder. En wel met de naam Invoned.

Invoned positioneert zichzelf als een innovatieve invorderingsorganisatie voor lokale overheden. Met andere woorden, de deurwaarder van de gemeente.

Nu bleek mijn klant niet zo goed de Nederlandse taal te beheersen en ik las in de brief dat de deurwaarder van Invoned twee weken eerder al een huisbezoek had afgelegd bij het gezin om de inboedel op te schrijven. Gelukkig voor het gezin is gebleken dat zij niet thuis waren op de datum die in de brief stond vermeld. De invordering bleek te gaan om een betalingsachterstand van de gemeentebelasting. Dit vertelde de man van het callcenter van Infoned die mijn vragen namens meneer wel wilde beantwoorden om een betalingsregeling te treffen.

Op mijn vraag of zij ook een babykamer in beslag konden nemen was het antwoord gelukkig ‘nee’. Vervolgens toen ik vroeg hoe het toch kon dat het gezin helemaal niets wist van deze schuld omdat zij al een aantal jaren een schuldhulpverlener hebben die leefgeld overmaakt informeerde de Infoned medewerker:” Die mensen gooien de schulden over de schutting en denken dat ze er van af zijn, maar zo werkt het niet”. Deze opmerking kwam hard binnen en met name de toon die meneer gebruikte.

Ik vroeg Infoned onmiddellijk een brief te sturen aan de PMA Cliëntenraad dat ik melding deed van het feit dat het gezin een traject loopt bij de afdeling schuldhulpverlening van de gemeente Amstelveen (Balans). De vordering was namelijk namens de gemeente Amstelveen, afdeling gemeentebelastingen. De afdeling Balans en de afdeling Gemeentebelastingen hadden de brief en het huisbezoek kunnen voorkomen. Gelukkig heeft afdeling Balans van de gemeente de kwestie snel opgepakt nadat ik hen had gebeld. En de baby? Als u dit leest is de baby geboren: Het is een jongetje.

Klachtenkompas.nl is een initiatief van de Consumentbond waar je klachten kan indienen. Bijzonder aan de site is dat je kan zien wie er nog meer klachten heeft ingediend tegen een instantie of organisatie. Ook de inhoud van de klachten kan je lezen. Altijd een prettig idee te weten dat je niet de enige bent.

Wil Groeneweg-Roode
Spreekuurhouder PMA Cliëntenraad

LANGDURIGE ARMOEDE HARDNEKKIG IN NEDERLAND

images

Treurig beeld: langdurige armoede in Nederland hardnekkig


Stijging waarneembaar na economische crisis

Het aantal Nederlanders dat in langdurige armoede verkeert, is door de economische crisis snel gestegen. Dit blijkt uit een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) naar hardnekkige armoede in Nederland.

Nederland telde in 2013 1,25 miljoen armen. Daarvan leefde bijna de helft (595 duizend mensen) minstens drie jaar onder de armoedegrens, het criterium voor langdurige armoede. Dat is bijna 4 procent van de Nederlandse bevolking. Voor de crisis (2007) waren er 850 duizend armen en lag het aantal langdurig armen op nog geen 500 duizend.

Het SCP verwacht niet dat het aantal armen ooit weer naar dat pre-crisisniveau zal dalen, ook niet als de economie verder aantrekt. ‘De reden daarvoor is dat steeds meer mensen een flexibel contract hebben of zzp’er zijn’, zegt onderzoekster Stella Hoff. Opvallend is dat bijna de helft van de armen (285 duizend) wel betaald werk heeft, maar dat het inkomen dat ze daarmee verdienen niet voldoende is om rond te komen. Langdurig armen moeten het vaak doen met slechte huisvesting en hebben geen geld voor cadeautjes en goede tandheelkundige zorg. En soms is er ook onvoldoende te eten.

Sportclub

Het SCP beschouwt personen als arm als zij een inkomen hebben dat te laag is om kleding, voedsel en huisvesting van te betalen, plus sporadische sociale uitgaven, zoals het lidmaatschap van een sportclub. In 2013 lag dat bedrag op 1.061 euro netto per maand voor alleenstaanden en 1.990 euro voor een gezin met twee kinderen. Het SCP noemt dit het ‘niet-veel-maar-toereikend criterium’. Wie minimaal een jaar onder die inkomensgrens leeft, wordt door het SCP tot de armen gerekend.

Opvallend is de toename van de armoede in de laatste 25 jaar. Rond 1990 waren er betrekkelijk weinig mensen arm. Dat aandeel steeg in de periode 1991-1993, waarna opnieuw een daling volgde. Begin deze eeuw begon het aantal armen in Nederland weer te stijgen. ‘Sinds 2008 is de armoede vrijwel onafgebroken toegenomen’, zegt Hoff.

Het SCP meent dat de armoede in het verleden dikwijls werd onderschat, hetgeen veel te maken had met de definitie van armoede. De internationale definitie van armoede is een huishoudinkomen dat hoogstens 60 procent is van het inkomen van een doorsneegezin. Maar die definitie gaat er ten onrechte vanuit dat gezinnen die net iets meer verdienen genoeg geld hebben om de primaire levensbehoeften van te betalen. Ook de statistische methoden die het SCP en het CBS in het verleden gebruikten om armoede te meten, onderschatten het werkelijke probleem, stelt het SCP nu.

Het SCP concludeert dat het erg belangrijk is om huishoudens die in armoede vervallen, zo snel mogelijk hulp te bieden. Hoe langer de armoede duurt, hoe moeilijker het namelijk wordt om aan die val te ontsnappen. Van degenen die afglijden in de armoede lukt het 60 procent om daar binnen een jaar weer uit te komen. In het tweede armoedejaar lukt het nog maar 20 procent om uit die nare toestand te geraken. Vanaf drie jaar wordt armoede bijna structureel.

Terugval

Het beeld wordt nog treuriger als ook de andere kant in aanmerking wordt genomen: het aantal mensen dat zich aan de armoede weet te ontworstelen, maar vervolgens toch weer terugvalt daarin. Van degenen die hun inkomen opvijzelen, vervalt 20 procent al na een jaar weer in armoede. Op langere termijn weet 40 procent van alle mensen die zich uit de armoede werken die verbetering van hun situatie niet vast te houden.

Voor mensen met een ontoereikend pensioen (meestal alleen AOW) is de kans om uit de armoede te geraken helemaal gering. ‘Bij bijna 60 procent van de arme gepensioneerden is sprake van langdurige armoede’, stelt Hoff. Gepensioneerden zijn relatief gezien niet zo vaak arm, maar als ze het zijn, dan vaak langdurig.

Een andere bevolkingsgroep die een hoog percentage armen telt, zijn niet-westerse immigranten met minderjarige kinderen. Van de armen onder hen is 66 procent langdurig arm.