MERK KLEDING

“Kenzo, Diesel, Tommy Hilfiger… mijn kinderen zijn gek op merkkleding. Best logisch ook, want we wonen in een buurt waar het grootste gedeelte van de huizen vrijstaand is en het gemiddelde inkomen ruim boven modaal ligt.”

“Bij hun op school is een winterjas die minder dan 300 euro kost een uitzondering. Voor mij is het een verschrikking. Ik woon in één van de weinige sociale huurwoningen die er bij ons te vinden is en moet het met een gemiddeld inkomen in mijn eentje zien te redden, terwijl ik twee kinderen heb. Mijn ex is een tijdje geleden met de noorderzon vertrokken en heeft mij achtergelaten met alle zorgen. Op zich red ik het allemaal wel, maar die kleding en spullen… ik word er niet goed van.”

“Ik ben vroeger gepest, dus het laatste wat ik wil is dat mijn kinderen buiten de boot vallen. Maar waar ik vroeger nog wegkwam met H&M en Zara, is het nu enkel merkkleding dat telt. Dat zorgt voor de nodige creativiteit. In het begin kocht ik nog gloednieuwe kledingstukken. Met pijn in mijn hart rekende ik dan over de 70 euro voor een knullig t-shirt af, om vervolgens in de supermarkt met het schaamrood op mijn kaken enkele boodschappen terug te leggen, omdat ik die niet kon betalen. Ik besloot het over een andere boeg te gooien en begon rond te speuren op Marktplaats en Facebookpagina’s met tweedehands kleding.”

 ‘Oud en vies’

“Daar kocht ik de nodige truien, schoenen en jassen tweede- of derdehands, zonder dat mijn kinderen dat weten. Sommige stukken zijn dan nog niet goedkoop, maar in ieder geval een stuk betaalbaarder dan nieuw in de winkel. Het erge is, vaak zitten de kaartjes er nog aan! Andere mensen geven geen drol om de prijs van kleding, mij doen ze er een groot plezier mee. Als mijn kinderen dit zouden weten zouden ze gek worden. Tweedehands is ‘oud’ en ‘vies’, dus dat ze zelf in tweedehands kleding lopen is reden voor oorlog. En dan weten ze nog niet eens alles…

Nep merken
Naast tweedehands kleding maak ik me namelijk ook schuldig aan het kopen van nepkleding. Ik ben een expert geworden in het herkennen van nep en echt en kan het dus ook zien als merken heel goed nagemaakt zijn. Je wilt niet weten hoe mooi ze tegenwoordig alles kopieren! Via websites als Ebay en Alibaba laat ik kleding bezorgen. Niet thuis, maar bij een buurvrouw; de enige die weet hoe ik aan al die mooie spullen voor mijn kinderen kom. Ik ben veel te bang dat één van mijn schatten een keertje een pakje openmaakt en heb haar daarom om hulp gevraagd. Zelf heeft ze geen kinderen, maar ze begrijpt mij volkomen.”

“Mijn oudste wordt over een paar maanden zestien. Daar ligt voor mij de grens. Als ze zestien zijn moeten ze van mij een bijbaantje zoeken en start ik met kleedgeld, zodat ik nog maar een paar keer per jaar iets voor hun hoef te kopen en ze verder zelf sparen. En wellicht kan ik dan weer eens voor de echte merken gaan.”

kleding

DREIGEN MET ONTRUIMING

imgres


Onder welke omstandigheden mag een verhuurder iemand uit huis zetten?

Een verhuurder mag bij twee maanden huurachterstand een vonnis voor ontruiming aanvragen. Woningcorporaties gaan hier wisselend mee om. Veel corporaties hebben convenanten met gemeenten dat zij voorgenomen ontruimingen melden. In 2014 werden 5.900 woningen ontruimd. In 17.600 gevallen was er wel een vonnis gevraagd, maar heeft de ontruiming niet plaatsgevonden. 

Wil Groeneweg Roode
PMA Lid en Spreekuurhouder

EERSTE HULP BIJ FINANCIËLE TEGENSLAG

schuldvrij

Schuldhulpverlening komt altijd te laat. Daarom is het tijd voor radicale schuldpreventie. Pieter Hilhorst en Jos van der Lans schetsen de contouren van een nieuwe aanpak die mensen weer veerkrachtig kan maken: een systeem van Zelfverzekerde Financiën.

Schulden staan bij de meeste sociale wijkteams bovenaan de top tien van problemen van bewoners. Een wijkteammanager uit Rotterdam schat zelfs dat negen van de tien mensen dat bij zijn wijkteam aanklopt in financiële nood verkeert. Eén van de beloften van de decentralisaties is dat problemen op alle leefdomeinen (wonen, werken, inkomen, relaties) in een vroeg stadium in hun samenhang worden aangepakt. Dan is het essentieel om ook iets aan de schulden te doen, want schulden zijn een pechmagneet. Alle problemen klonteren samen rond een gebrek aan bestaanszekerheid. En als er geen oplossing in het verschiet ligt voor de schulden is het moeilijker iets te doen aan andere problemen. Mensen met schulden zijn langer werkloos en vaker ziek. Iedereen is inmiddels wel doordrongen van het desastreuze effect van schulden op de samenleving. Het NIBUD schat de kosten voor de samenleving op 11 miljard euro.

Tegelijkertijd weten we dat mensen lang wachten voor ze om hulp vragen. De schuld is dan door incasso- en gerechtelijke kosten al enorm opgelopen. Mensen die aankloppen bij schuldhulp hebben gemiddeld een schuld van € 38.500,-. Ongeveer 30 procent van dat bedrag bestaat uit extra kosten. We weten ook dat veel mensen om allerlei redenen niet voor schuldsanering in aanmerking komen. Het hoogste doel voor hen is het stabiliseren van de schulden. Dit komt erop neer dat mensen jarenlang moeten leven van een absoluut minimum. Perspectief op inkomensverbetering is er niet en dus is er ook geen prikkel om te werken.

Waarom doen we niks aan de oorzaak van deze sociale ellende?

Ongerijmdheden van financiële zelfredzaamheid.
Dat komt omdat onze omgang met financiële zelfredzaamheid getekend wordt door drie ongerijmdheden. Ten eerste geloven we heilig in eigen verantwoordelijkheid, maar weigeren we om de ultieme consequenties te accepteren van die eigen verantwoordelijkheid. We willen namelijk niet dat ouders met kinderen op straat belanden. En dus tuigen we – dat is de tweede ongerijmdheid – een heel duur systeem op om mensen die de eigen verantwoordelijkheid niet aan kunnen te disciplineren met incassobureaus, gerechtsdeurwaarders en bewindvoerders. Is het niet slimmer om minder geld te steken in het dweilen en meer geld te steken in het repareren van de kraan? En tot slot wordt er wel wat gedaan aan preventie, maar is dat vooral gericht op een verstandige omgang met geld en leren budgetteren. Tegelijkertijd weten we uit Amerikaans onderzoek van Sendhil Mullainathan en Eldar Shafir, dat mensen die te maken hebben met schaarste juist moeilijker verstandige beslissingen nemen. Er is een grote gerichtheid op de korte termijn en door de geldzorgen-stress wordt juist een deel van het verstand uitgeschakeld.

Het wordt tijd om deze drie ongerijmdheden op zijn kop te zetten. Het wordt tijd voor radicale schuldpreventie. Dat kan door veel gerichter te investeren in het voorkomen van schulden. De meeste mensen die in schulden verstrikt raken hebben geen zicht op hun inkomsten en uitgaven. Daar moet de aanpak beginnen. Nu gebeurt dat pas als mensen zakken voor het financiële zelfredzaamheidsexamen. Pas dan komen ze in aanmerking voor budgetbeheer of beschermingsbewind. Het is beter om eerder te onderzoeken of mensen het met ondersteuning wel kunnen.

EENZAAMHEID GROEIEND PROBLEEM

images

De telefoon als ultiem wapen tegen eenzaamheid. In Den Haag wordt morgenmiddag de aftrap gegeven voor de Zilverlijn, een nieuw belproject van het Nationaal Ouderenfonds. Verschillende politici zullen acte de présence geven: „Eenzaamheid is een groeiend probleem in onze samenleving.”

Mensen blijven er speciaal voor thuis, voor het telefoontje van één van de vrijwilligers van de Zilverlijn. Soms is het zelfs de enige keer die week dat ze écht even met iemand praat. En dus is de Haagse Annalies Grol (71) blij met dit nieuwe belproject van het Nationaal Ouderenfonds, dat morgen in Den Haag officieel wordt afgetrapt.

Vlakbij het Binnenhof, op het Plein in Den Haag, gaan politici zoals Diederik Samsom en Roos Vermeij (PvdA), Henk Krol (50Plus), Renske Leijten (SP) en Sjoerd Potters (VVD) maar ook Martin van Rijn (staatssecretaris VWS) in een speciale bus van het Nationaal Ouderenfonds bellen met ouderen die wel een beetje aandacht kunnen gebruiken.

En dat zijn er een heleboel in Nederland. Uit cijfers van TNS/Nipo blijkt dat van de 4,1 miljoen 55-plussers in Nederland, 1 miljoen zich regelmatig eenzaam voelen en 200.000 zelfs extreem eenzaam. Die laatste groep heeft slechts één maal per maand sociaal contact. Eenzaamheid neemt toe met het stijgen der jaren. De oorzaak is vaak een opeenstapeling van gebeurtenissen zoals het overlijden van partner en leeftijdgenoten en het verlies van mobiliteit en zelfstandigheid.

Het bereiken van deze groep mensen is moeilijk, zo is bekend bij het Nationaal Ouderenfonds. Met het opzetten van de Zilverlijn, tot nu toe een pilot in samenwerking met de VriendenLoterij en het KPN-Mooiste Contact Fonds, is gezocht naar een laagdrempelige manier van contact maken. De resultaten waren dermate veelbelovend, dat is besloten de beldienst definitief voor te zetten.

„Het principe erachter is heel eenvoudig,” vertelt Babs Bergs, projectmanager van de Zilverlijn. „Ouderen die behoefte hebben aan een luisterend oor op z’n tijd geven zich bij ons op via telefoonnummer 0900-6080100. Onze vrijwilligers nemen vervolgens één keer per week contact op en maken een praatje. Gewoon over wat er die week is gebeurd of iets wat de deelnemer heeft meegemaakt. De ene keer is het een vrolijk gesprek, de andere keer kan het ook best over zorgen of problemen gaan.”

De Haagse Annalies Grol neemt al enige tijd deel aan de pilot en is er blij mee: „Ik ben een alleenstaande vrouw en vind het fijn om regelmatig even m’n verhaal kwijt te kunnen. Ik heb goed contact met mijn dochter maar wil haar niet met elk wissewasje lastig vallen. De vrijwilligers van de Zilverlijn nemen echt de tijd voor je, dat is prettig.”

Annalies wil wel even benadrukken dat ze niet alleen maar zit af te wachten. „Ook bezige mensen kunnen eenzaam zijn. Ik onderneem van alles, heb me laatst zelfs opgegeven voor Memories. Dat programma waarin ze op zoek gaan naar oude geliefden. De mijne woont in Australië, dus wie weet wat er nog van gaat komen! Maar tot het zover is vind ik het heerlijk elke week gebeld te worden. Gezellig.”

WERKPLEIN BRENGT AANBOD EN VRAAG WERK SAMEN

30984_fullimage_werkpleinaaNw2web

Het Werkplein AA in het raadhuis van Amstelveen wordt vanmiddag (woensdag 17 februari 2016) officieel geopend door wethouders Maaike Veeningen (Amstelveen) en Ad Verburg (Aalsmeer).

‘Al u werk zoekt, kunt u hier terecht’, stelt een van de medewerksters tijdens de rondleiding van de verslaggever. Het Werkplein gaat vragen van inwoners en aanbod van werk en vacatures bij elkaar brengen. De gemeenten Amstelveen en Aalsmeer geven daarmee gezamenlijk uitvoering aan arbeidsbemiddeling en re-integratie.

‘We bieden uitkeringsgerechtigden een springplank om weer aan het werk te kunnen gaan’ licht wethouder Maaike Veeningen toe. De bedoeling is dat klanten door informatieverstrekking, werkaanbod en training weer mee kunnen doen door een baan te vinden. Inwoners met of zonder beperking die op zoek zijn naar werk krijgen op het Werkplein actieve ondersteuning. Veel klanten krijgen bij binnenkomst direct een werkaanbod.

Het nieuwe Werkplein beschikt over moderne computerfaciliteiten, waar werkzoekenden zelfstandig of met begeleiding van medewerkers gebruik van kunnen maken. Ook worden er sollicitatie- en motivatietrainingen gegeven, speeddates gehouden en is het actuele werkaanbod in de arbeidsregio Groot Amsterdam in te zien. Verder doet het Werkplein ook zelf aan acquisitie van vacatures bij werkgevers uit de omgeving.

Kledingadvies

‘Sinds vorig jaar hebben gemeenten een breder takenpakket gekregen op het gebied van werk en inkomen en dat betekent dat we meer doelgroepen begeleiden. Op het Werkplein hebben we alles samengevoegd zodat meer mensen voor begeleiding kunnen zorgen’, aldus wethouder Veeningen. ‘We helpen bij het zoeken van vacatures, geven advies over het opstellen van een cv en desgewenst ook over de te dragen kleding bij een sollicitatiegesprek.’

Werkgevers kunnen ook zonder afspraak op het Werkplein terecht als zij personeel zoeken. Ook wordt advies en uitleg gegeven over subsidieregelingen voor het inzetten van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt.

Het Werkplein is gevestigd in de ruimte in het raadhuis waar tot juni 2015 het UWV Werkbedrijf gevestigd was. De Amstelveense vestiging ging dicht wegens bezuinigingen bij het UWV. Werklozen met een WW-uitkering moeten nu naar Amsterdam voor zaken die niet via internet afgehandeld kunnen worden.

Mensen van wie het einde van de WW-uitkering in zicht is zonder een baan te hebben gevonden, kunnen volgens wethouder Veeningen echter ook alvast voor advies terecht op het nieuwe Werkplein. Ze geeft het voorbeeld van een 50-plusser die na lang tevergeefs solliciteren snel aan een baan kon worden geholpen.

Verder wordt onder meer bemiddeling en ondersteuning op maat geboden voor alle doelgroepen van de Participatiewet (ook Wet Sociale Werkvoorziening en Wajong voor jong gehandicapten) en is er speciale aandacht voor aanpak van jeugdwerkloosheid. ‘Alles is gericht op toeleiding naar de arbeidsmarkt’, aldus Veeningen.

Ook de Vrijwilligerscentrale heeft een plekje op het Werkplein, mede met het oog op de tegenprestatie die tegenwoordig van bijstandsgerechtigden voor hun uitkering wordt verwacht.