Participatieverklaring

De participatieverklaring wordt een verplicht onderdeel van de inburgering. Dat betekent dat alle nieuwkomers als onderdeel van hun inburgeringsexamen eerst het traject rond de participatieverklaring moeten doorlopen bij de gemeente. De ministerraad heeft op voorstel van minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingestemd met deze aanpassing van de Wet inburgering.

Het kabinet streeft ernaar om per 1 juli 2017 de participatieverklaring op te nemen in de Wet inburgering. Het participatieverklaringstraject is dan verplicht voor alle nieuwkomers, voor asielmigranten, maar ook voor migranten die komen in het kader van gezinsvorming of gezinshereniging.

Het participatieverklaringstraject bestaat uit een inleiding in de Nederlandse kernwaarden en de ondertekening van de participatieverklaring. Via dit traject laten gemeenten nieuwkomers kennis maken met de rechten en plichten en de fundamentele waarden van de Nederlandse samenleving. Het traject wordt afgesloten met het ondertekenen van een verklaring waarmee de nieuwkomer verklaart van de waarden en spelregels van de Nederlandse samenleving kennis te hebben genomen en deze te respecteren.

Daarnaast wordt in de Wet inburgering vastgelegd dat gemeenten aan asielmigranten maatschappelijke begeleiding aanbieden. Daarmee worden deze migranten wegwijs gemaakt in hun woonplaats. Gemeenten hebben de ruimte om de maatschappelijke begeleiding deels zelf in te vullen, bijvoorbeeld door hulp bij de start van de inburgering of kennismaking met lokale organisaties. Eind vorig jaar heeft het kabinet dit budget verhoogd van 1000 euro naar 2370 euro per asielmigrant.

Inburgeringsplichtigen die verwijtbaar weigeren de verklaring te ondertekenen kunnen een boete van maximaal 340 euro krijgen. Deze boete kan herhaald worden. Daarnaast kan een gevolg zijn van het verwijtbaar niet halen van het gehele inburgeringsexamen dat geen permanente verblijfsgunning wordt verstrekt en dat het Nederlanderschap niet verkregen kan worden.

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.

PMA

Ontheffing arbeids-re-integratieverplichtingen en Ouders van jonge kinderen

Uit: De kleine gids 2016 voor de Nederlandse sociale zekerheid

3.6.6.2 Ontheffing van de arbeids- of re-integratieverplichtingen is uitzondering
Vanwege dringende redenen kan de gemeente in individuele gevallen tijdelijk een ontheffing van de sollicitatie-, arbeids- en/of re-integratieverplichtingen verlenen. Ook zorgtaken kunnen als dringende redenen worden aangemerkt. Leeftijd kan meespelen bij de individuele beoordeling.

3.6.6.3 Ouders van jonge kinderen
Iedere ouder die een of meer kinderen moet verzorgen, krijgt in principe de arbeidsplicht opgelegd. Wel moet de gemeente bij alleenstaande ouders met kinderen jonger dan vijf jaar op verzoek van de ouders ontheffing geven van deze verplichting. De ontheffing duurt zolang het jongste kind nog geen vijf jaar oud is, maar is nooit langer dan vijf jaar. Wanneer de ouder niet beschikt over een startkwalificatie (geen opleiding heeft afgerond die kansen biedt op werk), geeft de gemeente in een plan van aanpak aan wat de afspraken zijn over (beroepsgerichte) scholing. Voor ouders met kinderen van vijf tot twaalf jaar moet de gemeente steeds vaststellen of de situatie van betrokkene het voldoen aan de arbeidsplicht mogelijk maakt. In dringende gevallen, waaronder ook zorgtaken kunnen vallen, kan de gemeente tijdelijk ontheffing verlenen van de arbeidsplicht. Bij deze afweging speelt een rol of er voldoende kinderopvang aanwezig is.

ARTIKEL 20 GRONDWET

Hoofdstuk 1. Grondrechten
Artikel 20

1. De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid.
2. De wet stelt regels omtrent de aanspraken op sociale zekerheid.
3. Nederlanders hier te lande, die niet in het bestaan kunnen voorzien, hebben een bij de wet te regelen recht op bijstand van overheidswege.

Meewerken aan huisbezoek

Verplichtingen in de bijstand: meewerken aan huisbezoek

U bent in een aantal gevallen verplicht om uw medewerking te verlenen aan de gemeente.

  • verplichte medewerking aan voorzieningen die de gemeente u aanbiedt om er voor te zorgen dat u zo snel mogelijk weer aan het werk gaat. Denk bijvoorbeeld aan een beroepskeuze test.
  • verplichte medewerking aan een huisbezoek om te controleren of u (nog) recht heeft op bijstand.

Het huisbezoek

Het huisbezoek is het meest vergaande controlemiddel van de gemeente. Het is een grote inbreuk op uw privacy. Dat betekent dat de gemeente pas tot een huisbezoek mag overgaan als bepaalde informatie niet op andere wijze kan worden verkregen.

Huisbezoeken kunnen zowel aangekondigd als onaangekondigd plaatsvinden.

Aangekondigd huisbezoek

Bij een aangekondigd huisbezoek wordt er met u een afspraak gemaakt dat men op een bepaald moment bij u thuis komt. Redenen voor een aangekondigd huisbezoek kunnen zijn:

  • U kunt door een handicap of beperkingen niet bij de gemeente verschijnen
  • De gemeente wil beoordelen of u in aanmerking komt voor bepaalde voorzieningen. U hebt bijzondere bijstand aangevraagd voor een nieuwe wasmachine. De gemeente kan in zo’n geval komen kijken of de aanschaf noodzakelijk is.

Onaangekondigd huisbezoek

Bij een onaangekondigd huisbezoek zijn er twee mogelijkheden:

  1. Eén of meer medewerkers van de gemeente staan onverwacht voor uw deur en vragen toestemming voor het verrichten van een huisbezoek.
  2. U komt voor een gesprek bij de gemeente. Tijdens het gesprek kondigt men een huisbezoek aan dat later op die dag zal plaatsvinden. In feite is dit een aangekondigd huisbezoek, maar in de praktijk heeft dit hetzelfde effect als een onaangekondigd huisbezoek.

De belangrijkste redenen voor de gemeente om een onaangekondigd huisbezoek uit te voeren zijn:

  • Om te controleren of u wel woont op het door u opgegeven adres
  • Om te controleren of u mogelijk samenwoont (een gezamenlijke huishouding voert)
  • Om te controleren of u mogelijk (zwart) werkt
  • U stelt een kamer te huren maar u kunt geen of slechts een gebrekkig huurcontract laten zien

Inbreuk op uw privacy door huisbezoek

U hoeft alleen aan een onaangekondigd huisbezoek mee te werken als dit ook echt nodig is. Als de gemeente uw bankafschriften wil zien, hoeft hiervoor natuurlijk geen huisbezoek te worden afgelegd.

Voor een huisbezoek moet een goede reden zijn, anders is er sprake van een niet gerechtvaardigde inbreuk van uw recht op privacy.

Een paar voorbeelden waarvan later is vastgesteld dat hier onvoldoende reden was voor een huisbezoek:

  • een anonieme tip
  • een uitkeringsgerechtigde zou een paar maanden in de gevangenis hebben gezeten
  • vertrek van een medebewoner, met twee achterblijvende bewoners. De gemeente vermoedde hier samenwoning van de achtergebleven bewoners.

Toestemming bij huisbezoek noodzakelijk

Een huisbezoek mag niet plaatsvinden tegen uw wil. U moet dus toestemming geven. Vindt er tegen uw wil een huisbezoek plaats dan is er sprake van de schending van het huisrecht. Het binnentreden van uw woning tegen uw wil is alleen in bepaalde gevallen en onder bepaalde voorwaarden mogelijk in het kader van strafrechtelijke onderzoeken.

Informed consent

Er is geen sprake van een inbreuk op uw huisrecht wanneer u daarvoor vrijwillig toestemming heeft verleend. Bovendien moet uw toestemming gebaseerd zijn op volledige en juiste informatie. Dit noemt men ook wel ‘informed consent’.

Een voorbeeld.

U ontvangt een bijstandsuitkering. Op een dag staan er twee mannen voor uw deur die zeggen namens de gemeente een huisbezoek af te komen leggen. U bent nogal overrompeld en u laat de mannen binnen zonder dat u eigenlijk weet wat zij precies komen doen. Ook hebben de mannen geen legitimatiebewijs laten zien.

In deze situatie heeft u de betreffende personen weliswaar vrijwillig in uw huis toegelaten, maar is er van ‘informed consent’ geen sprake. Het gevolg hiervan is dat hetgeen tijdens het huisbezoek is aangetroffen niet mag meetellen als bewijs en dus niet tegen u kan worden gebruikt.

Ambtenaren van de gemeente die een huisbezoek uitvoeren hebben zich te houden aan de volgende verplichtingen:

  • Zij moeten zich voorafgaand aan het huisbezoek legitimeren, vóórdat zij uw woning betreden (ambtenaren hebben daarvoor speciale legitimatiebewijzen van de gemeente).
  • Zij moeten u meedelen wat het doel is van het huisbezoek.
  • Zij moet u om toestemming vragen voordat zij uw woning betreden.
  • Zij moeten u meedelen wat de gevolgen zijn voor uw uitkering, als u besluit niet mee te werken aan het huisbezoek.
  • Zij moeten na afloop een rapport opmaken waaruit blijkt wat de redenen waren voor het huisbezoek en waaruit blijkt dat de ambtenaren zich aan de regels hebben gehouden.

Gevolgen van het weigeren van een huisbezoek

Hoewel u op grond van uw huisrecht een huisbezoek kunt weigeren, kan dit uiteraard gevolgen hebben voor uw bijstandsuitkering. Als niet kan worden vastgesteld of u recht heeft op een bijstandsuitkering, zal de gemeente uw uitkering direct beëindigen. Soms wordt de uitkering zelfs met terugwerkende kracht ingetrokken.

Alleen als er een zeer dringende reden is waardoor u op dat moment niet kunt meewerken aan het huisbezoek, zullen er geen gevolgen zijn voor uw uitkering. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat u, net op het moment dat de gemeenteambtenaar voor uw deur staat, naar het ziekenhuis moet voor een operatie. U begrijpt dat een dergelijke reden zich niet vaak zal voordoen.

De volgende omstandigheden zijn in elk geval geen dringende reden om niet mee te werken aan een huisbezoek:

  • Het is een puinhoop in uw huis
  • U heeft bezoek
  • U moet eerst toestemming hebben van medebewoners of uw huisbaas
  • U heeft een afspraak waar u per se naar toe moet

Als er al sprake is van een geldige reden, dan zal het huisbezoek op een later tijdstip alsnog plaatsvinden.

Onrechtmatig verkregen bewijs

De gemeente heeft de vergaarde informatie tijdens een huisbezoek onrechtmatig verkregen als er onvoldoende redenen waren voor een huisbezoek en dit toch heeft plaatsgevonden. De gemeente moet bewijzen of u daadwerkelijk heeft ingestemd met een huisbezoek als u dit betwist.

Het gevolg van dergelijk onrechtmatig verkregen bewijs is dat dit niet gebruikt mag worden ter beoordeling van uw recht op een uitkering. Daarnaast kunt u overwegen een klacht in te dienen tegen de sociaal rechercheurs. U komt mogelijk in aanmerking voor een (beperkte) schadevergoeding. Een bedrag van 200 euro per onrechtmatig huisbezoek wordt in het algemeen beschouwd als een passende schadevergoeding.

Een voorbeeld.

U ontvangt een bijstandsuitkering. De sociaal rechercheurs Peter en Marjan bellen bij u aan. Zij legitimeren zich als bijzondere opsporingsambtenaren. Zij vertellen u dat zij zich afvragen of u wel op het adres woont. De reden daarvoor is dat u de laatste tijd heel vaak bent verhuisd en dat u bij observatie van de woning nauwelijks bent gezien. Ook de buren zeggen u niet te kennen. Daarom willen zij nu uw woning bekijken.

Daarna moeten Peter en Marjan uitleggen wat er gebeurd als u niet meewerkt aan het huisbezoek. Dit zal in dit geval tot gevolg hebben dat de uitkering wordt geweigerd, omdat vanwege twijfels over uw woonsituatie het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Als er alleen maar een anonieme tip is binnengekomen dat u niet op dit adres woont, dan moeten zij u uitleggen dat het niet meewerken geen gevolgen heeft voor uw uitkering.

Stel dat Peter en Marjan in dat geval toch uw woning betreden of u niet vertellen dat niet meewerken aan het huisbezoek geen gevolgen heeft voor uw uitkering, is het bewijs dat met het huisbezoek is verkregen onrechtmatig en mag het niet gebruikt worden. Het gevolg is dat de gemeente niet kan bewijzen dat u geen recht op uitkering hebt.

Inlichtingenplicht

Verplichtingen in de bijstand: de inlichtingenplicht

De inlichtingenplicht houdt in dat u de gemeente moet informeren over alles wat van belang kan zijn voor het recht op een uitkering. Daarmee is de inlichtingenplicht één van de belangrijkste plichten.

De inlichtingenplicht ontstaat zodra u een bijstandsuitkering aanvraagt. U moet dan zowel het UWV Werkbedrijf als  de gemeente informatie vertrekken. Dit betekent dat u wellicht ook informatie moet geven die betrekking heeft op de periode voordat u een uitkering aanvroeg.

Een voorbeeld:

Sven vraagt een bijstandsuitkering aan. Hij moet zijn bankafschriften tonen van de laatste drie maanden voorafgaande aan de aanvraag. Daaruit blijkt dat Sven een paar keer geld op zijn rekening heeft gestort. Sven kan hiervoor geen goede verklaring geven.

Het zou geld zijn dat hij van vrienden heeft geleend. Wie deze vrienden zijn en bewijzen van de leningen heeft Sven niet. De bijstandsuitkering wordt geweigerd omdat Sven geen duidelijkheid kan geven over de stortingen. Zo kan de gemeente niet nagaan of Sven wellicht zwart werkt of andere illegale inkomsten heeft.

Voorlichting over inlichtingenplicht

De gemeente moet u voorlichting geven over wat de inlichtingenplicht inhoudt. U moet weten welke informatie relevant is. De meeste gemeenten hebben tegenwoordig websites waarop deze informatie is terug te vinden. Daarnaast zijn er folders en formulieren waarin uitgelegd wordt welke informatie u dient te verstrekken.

Welke informatie moet ik doorgeven?

Een aantal voorbeelden van informatie die u verplicht bent om door te geven:

  • Alles wat met werk te maken heeft. Of u inkomsten uit deze werkzaamheden heeft of niet doet er niet toe. Als u bijvoorbeeld vrijwilligerswerk doet kan dat voor de gemeente van belang zijn voor uw re-integratie. Het kan uw re-integratie bevorderen, maar ook belemmeren.
  • Alles wat met inkomen te maken heeft; niet alleen loon of winst, maar ook erfenissen, giften, uitkeringen van verzekeringen, inkomsten uit huur of kostgangerschap.
  • Alle veranderingen in uw gezins- of thuissituatie. Geboorten, overlijden, echtscheiding, samenwoning, kinderen die het gezin verlaten of juist bij u komen wonen, derden die bij u komen wonen, al dan niet als partner, huurder of kostganger.
  • Alle veranderingen met betrekking tot uw verblijfplaats. U ontvangt een uitkering van de gemeente. Als u in een andere gemeente gaat wonen, moet deze de bijstand betalen. U kunt geen bijstand in het buitenland ontvangen. Als u een weekend bij uw zuster gaat logeren die in een andere plaats woont, moet u dat eigenlijk melden.
  • Alles wat met uw eigendommen te maken heeft, zoals huizen, boten, caravans, antiek, kunst of andere waardevolle bezittingen.

Ook als u denkt dat bepaalde informatie voor de gemeente niet van belang is, kan het toch verstandig zijn om hiervan melding te doen. Vraag de gemeente desnoods om een schriftelijke bevestiging dat de informatie die u hebt doorgegeven geen gevolgen heeft voor uw uitkering. De gemeente is verplicht om u te informeren. Doet de gemeente dat niet, dan kunt u een klacht indienen. U hebt recht om te weten waar u aan toe bent.

Inlichtingenplicht bij echtparen of samenwonenden

Als u gehuwd bent of samenwoont dan geldt de inlichtingenplicht voor u beiden en voor ieder afzonderlijk. Komt een van u deze plicht niet na en kan daardoor niet langer worden vastgesteld of er nog recht op bijstand bestaat, dan eindigt de uitkering voor u beiden.

Een voorbeeld.

Mart en Thijs wonen samen. Mart informeert de gemeente niet dat hij werkt. Als Mart wordt betrapt moet de bijstand over zes maanden volledig worden terugbetaald. Ook Thijs is hiervoor verantwoordelijk. Thijs besluit Mart te verlaten. Mart en Thijs zijn dan beiden verantwoordelijk voor de hele schuld. Kan Mart bijvoorbeeld niets terugbetalen, dan wordt de verstrekte bijstand op Thijs verhaald.

Grenzen aan de inlichtingenplicht

De inlichtingenplicht gaat ver, maar er zijn grenzen.

U bent verplicht om op verzoek uw bankafschriften te overleggen. U mag uw uitgaven dan blanco maken. Daar heeft de gemeente niets mee te maken. U bepaalt zelf waar u uw geld aan uitgeeft. Dat wordt echter anders als uit het saldo van uw rekening blijkt dat u wel heel veel geld uitgeeft voor iemand met een minimuminkomen. In dat geval moet u ook laten zien waar u uw geld aan uitgeeft. Doet u dat niet, dan kan het recht op bijstand niet worden vastgesteld en bent u uw uitkering kwijt.

U hoeft niet te vertellen wie uw behandelende arts is, maar als u de gemeente meedeelt dat u medische klachten heeft, dan kan de gemeente wel naar deze informatie vragen.

Geen zwijgrecht

U heeft geen zwijgrecht. U mag niet afwachten tot de gemeente zelf om bepaalde informatie vraagt. Er wordt van u verwacht dat u zelf aan uw inlichtingenplicht voldoet. Als u informatie die voor uw uitkering van belang is niet meldt, dan wordt uw uitkering stopgezet of wordt de reeds betaalde uitkering teruggevorderd.

Hoe snel moeten wijzigingen worden doorgegeven?

U moet wijzigingen over uw situatie doorgeven zodra de wijziging zich voordoet. Elke gemeente heeft daarvoor eigen regels. In veel gevallen is de termijn om wijzigingen door te geven één week. De reden hiervoor is dat de gemeente snel op de hoogte wil zijn van een wijziging die mogelijk van invloed is op uw uitkering.

Als u werk vindt, moet u dit snel doorgeven.

Ontbrekende bewijsstukken

De gemeente kan u vragen bepaalde bewijsstukken te overleggen. Denk bijvoorbeeld aan bankafschriften. Als u deze niet meer heeft, moet u zorgen voor vervangende bewijsstukken. Dit kan lastig zijn in sommige gevallen. Als u niet in staat bent de juiste bewijsstukken te overleggen, loopt u het risico dat u geen recht (meer) heeft op een bijstandsuitkering.

Een voorbeeld.

Een voormalig prostituee vraagt een bijstandsuitkering aan. Vanwege het ontbreken van een deugdelijke administratie kan zij onvoldoende inlichtingen geven over haar inkomens- en arbeidsverleden. De gemeente weigert haar om die reden een bijstandsuitkering.

Er zijn situaties denkbaar dat u niets te verwijten valt. Denk aan brand- of waterschade. In die situatie zal de gemeente zich in het algemeen soepel(er) opstellen.